Herinneringen aan het bombardement

NIJMEGEN - Op deze pagina vindt u herinneringen van lezers aan het bombardement op 22 februari 1944. Alle (bewerkte) reacties zijn ook te lezen in de papieren Brug van 18 en 25 februari.
Reageren op één van de verhalen? Maak dan een account aan en laat een reactie achter. U kunt op deze website ook uw herinneringen aan het bombardement plaatsen.
 

Delen |

Reacties en toevoegingen

  • de_brug_nijmeg de_brug_nijmeg 27 februari 2009, 12:17:52

    'Alleen de voorgevel bleef nog staan'
    Familie van Swaay woonde in de Vossenpels onder aan de dijk bij het wijnfort in Lent. Zeven kinderen, de oudste Gerard, daaronder vijf zussen en ik Jan, de jongste. Alle vijf zusters waren tijdens het bombardement in Nijmegen. Drie zusters van me werkten in Nijmegen. Lies bij Hilckman als naaister op het atelier. Marie werkte bij de familie Bos op de Bloemerstraat in de huishouding, die hadden een loodgietersbedrijf. Willemien werkte in de huishouding bij van Engelen, die hadden een accountantskantoor op de hoek van het Keizer Karelplein en de Sint Annastraat. Die middag gingen ook de zusterster Nel en Plien met de bus naar Nijmegen met een schoenenbon om schoenen te kopen. De bus stopte toen ook op de Grote Markt en daar was ook de Bata schoenenzaak gevestigd. Op dat moment werd Nijmegen gebombardeerd. We gingen buiten kijken en zagen dat de Sint Stevenstoren eraf was. Mijn moeder was helemaal in paniek. Mijn broer ik moesten van mijn moeder meteen gaan kijken of dat mij zusters nog leefden. We zijn toen gelijk naar Nijmegen gelopen. We liepen van de Burchtstraat maar konden niet verder, er lag allemaal puin. We zijn naar de Oude Stadsgracht gelopen die lag waar nu Plein 44 is. Nou daar konden we ook niet verder. Vandaar keken we op de Bloemerstraat en de Grote Markt maar dat was allemaal een puinhoop. We dachten het ergste van Marie op de Bloemerstraat en Nel Plein op de Grote Markt, die zijn er niet meer. We wisten het ook niet meer. Toen zijn we maar naar Van Engelen waar Willemien werkt gegaan, daar hoorden we dat Marie daar was geweest, dus die had het overleefd op de Bloemerstraat.
    Zij was op dat moment boven de was aan het ophangen, de zoon van Bos was ook boven, die heeft een overgordijn er afgerukt en daar moest Marie aan gaan hangen en uit het raam zakken. Maar de rest moest ze springen en ze kwam op een man terecht maar die lag daar al dood. Ze moest wel springen want de vloer en de achtermuur zakten helemaal weg alleen de voorgevel bleef nog staan, daarachter was een vuurzee.
    Maar toen wisten we nog niet of Nel en Plien nog wel leefden, de Grote Markt was ook allemaal puin. We zijn toen toch maar naar Lent gelopen, wat moesten we tegen moeder zeggen, we hebben ze niet gevonden, heel erg. Maar op de brug hadden we geluk, er kwam een fietser van Lent af en die riep tegen ons dat hij twee zusters van ons bij de dokter naar binnen hadden zien gaan. Op dat moment wisten we dat Nel en Plein nog leefden. Ze waren op de Grote Markt uit de bus gestapt en omdat op dat moment de Bata nog dicht zat liepen ze naar de Broerstraat omdat daar ook een schoenenzaak zat. Net toen ze Net toen ze de Broerstraat inliepen vielen de bommen. Plien kreeg glas in haar hand. Ze liepen gauw een portiek in en gingen bij een man zitten maar die bleek al dood te zijn. Toen het daarna rustiger werd zijn ze gelijk richting Lent gegaan. En zo hebben al mijn vijf zusters het bombardement toch overleefd, wat een geruststelling voor moeder.

    J. Swaay, LENT
  • de_brug_nijmeg de_brug_nijmeg 19 februari 2009, 17:04:18

    ‘Ik zag dat er stipjes uit de vliegtuigen kwamen’


    Geachte redactie,
    Ik was op 22 februari 1944, 13 jaren oud en woonde in de Groenestraat, nabij de Bilderdijkstraat, en was leerling van de MULO-school aan de Schoolstraat in Nijmegen. De lessen werden tussen 12.00 en 14.00 uur onderbroken en ik kreeg iedere dag van mijn moeder een kwartje mee en ging dan tussen de middag naar de Broerstraat waar ongeveer ter hoogte van de Broerstraatskerk de Hecks was gevestigd. Voor dat kwartje kon je dan een bord soep kopen en at je gelijk de meegebrachte boterham op.
    Op dinsdag 22 februari voelde ik me niet goed en moeder zei dat ik beter thuis kon blijven, mede omdat we de laatste nachten al veel het bed uit moesten door de naar het Ruhrgebied vliegende vliegtuigen.
    Het was een prachtige zonnige dag en nagenoeg onbewolkt. Tegen de middag klonk het bekend luchtalarm, wat we langzamerhand wel gewend waren maar meestal 's nachts. De tijd verstreek en op een gegeven moment klonk het sein 'veilig' i.c. een langgerekte sirenetoon en dus een teken dat alles veilig was.
    Ik was in de huiskamer en hoorde plotseling het bekende geluid van vliegtuigen. Je wende aan die geluiden en ik wist ook onmiddellijk dat dit geallieerde vliegtuigen waren. Ik liep naar buiten en keek in de richting waar het geluid vandaan kwam. Ik keek in Noord-Oostelijke richting en zag een groep van ongeveer 15 vliegtuigen naderen. Nu zou je spreken van een eskadrille.

    Wat mij vooral opviel was het feit dat ze zo laag vlogen in tegenstelling van wat we gewend waren en dat nog wel op de dag. Plotseling zag ik dat er stipjes uit de vliegtuigen kwamen. Mijn moeder was binnen en ik liep snel naar binnen en riep dat er parachutisten uit die vliegtuigen kwamen…….
    Onmiddellijk daarna hoorden en voelden we het verschrikkelijke geluid van ontploffende bommen en dreunde en trilde het hele huis. Moeder en ik vlogen de kelder in maar betrekkelijk kort daarna was het weer stil. Buiten gekomen zag ik uit de richting van de stad een enorme rookontwikkeling van donkere en grijze wolken met daartussen dwarrelend papier en andere ondefinieerbare spullen. Toen de geruchtenstroom op gang kwam, bleken de binnenstad en het station verwoest te zijn. Destijds mochten we geen radio hebben, die was ingeleverd, en we moesten het hebben van mond tot mond berichten.
    Ik ben ervan overtuigd dat ik het waarschijnlijk niet had overleefd als ik die dag gewoon naar school was gegaan. Juist omdat het gebeuren plaats vond tussen de middag (rond 13.30 uur) en later bleek dat de Broerstraat daar zeer zwaar was getroffen. Geluk of voorzienigheid, ik weet het niet.

    F.C.A. Verheijen, OVERASSELT
  • de_brug_nijmeg de_brug_nijmeg 19 februari 2009, 17:03:17

    'Wat een fik!'
    Op 22 februari 1944 was ik bijna 7 jaar oud. Ik woonde 'onder aan de Graafse brug', schuin tegenover de ( nu afgebroken) Vila Nova-kerk. Op die 22 ste februari hoorden wij weer het bekende dreunende geluid van bommemwerpers. Toen wij naar buiten gingen hoorden wij een hels lawaai en zagen wij richting stad een groot vuur. Nieuwsgierig liep ik met andere mensen de brug op. Daar zagen wij het station in brand staan.
    Ik keek geboeid naar die vuurzee. Wat een fik! Niet beseffend wat zich in deze uren allemaal afspeelde. Na een hele tijd gingen we terug, maar in de verwarring en chaos liep ik de verkeerde kant op. Omdat ik mijn adres wist hebben bezorgde mensen me veilig naar huis gebracht, Tot grote opluchting van mijn ouders.

    Bert van Balkom
  • de_brug_nijmeg de_brug_nijmeg 19 februari 2009, 17:02:14

    'Ik heb op die dag veel klasgenootjes verloren'

    Ik ben zelf op die dag (22 februari) ternauwernood aan de dood ontsnapt. Ik was toen 7 jaar. Mijn vader was advocaat en wij woonden midden in de Molenstraat, schuin tegenover de kerk en tegenover een lampenwinkel. Ik was op school toen er sein onveilig werd gegeven en toen het veilig werd gegeven rende ik naar huis. Bij de banketbakker tegenover de kerk werd ik nog naar binnen getrokken maar ik rende naar huis. Toen ik thuis was moesten we onder de trap gaan staan en begon het huis te schudden, kalk dwaalde naar beneden en bedekte ons. Het was een angstig gebeuren. toen de bommenwerpers weg ronkten stonden we er versuft bij maar ook dankbaar dat er met ons niets gebeurd was. Er werd gebeld en pater Rubens, een hele bekende priester van de Molenstraatkerk stond voor ons. Hij was totaal wit. Zijn anders zwarte toga was bedenkt met stof en zijn krulhaar leek wel een ragebol vol spinnenwebben. Hij vertelde dat de kerk en de pastorie vernietigd waren. Ik heb op die dag veel klasgenootjes verloren. En op die dag was ons kinderleven niet meer hetzelfde, we verhuisden als school naar diverse verschillende adressen en beseffen konden we nauwelijks het waarom van dat alles.
    Mevrouw Lem, Nijmegen
  • Wolluker Wolluker 16 februari 2009, 14:07:24

    Mijn naam is André Schuijffel. Nu woonachtig in Waalwijk, maar in mijn jeugdjaren, (dus ook in de oorlogstijd) woonden wij in Nijmegen.
    Dit verhaal heb ik voornamelijk van mijn moeder gehoord en later inclusief mijn eigen herinneringen, genoteerd als een deel van mijn levensverhaal.

    Het verhaal van mijn moeder over het bombardement van Nijmegen.

    ONTSNAPT AAN HET BOMBARDEMENT VAN NIJMEGEN.
    Op 22 februari 1944 werd het stadscentrum van Nijmegen door een bombardement verwoest. Als door een wonder bleef ons een groot drama bespaard.
    Mijn moeder volgde een naaiopleiding en deze dag was de dag om naar de naaischool te gaan.
    Mijn broertje van 7 maanden was niet in orde en daardoor erg huilerig. Ze besloot daarom om thuis te blijven en niet naar de naaischool te gaan.
    De plaats waar deze opleiding plaats vond werd ook volledig verwoest door de bommenregen. Veel van de vrouwen en meisjes van de naailes hebben deze middag niet mogen overleven.
    De verwoestingen van het bombardement liepen tot aan ons huis. Door het geweld van de exploderende bommen werd ons huis volledig onbewoonbaar. Scheuren in de muren. Een groot gat in het dak, waardoor de sneeuw in die dagen ons huis binnenviel.

    *Op de site van het Nijmeegs Gemeentearchief is een foto te vinden van de, door het bombardement gehavende, Regulierstraat mrt 1944, onder het nummer F32141 GN9832-124. Aan de linker kant van de straat, ergens achter het brede muurvlak was ons huis, aan een binnenhofje achter de panden aan de straatzijde.

    WOONELLENDE ALS GEVOLG VAN DE OORLOGSSCHADE.
    Kort tijd na het bombardement werden we tijdelijk ondergebracht in een kamer van een woning op de hoek van de Willemsweg en Jan Luykenstraat.
    De woonruimte aan de Jan Luykenstraat was te klein om voldoende slaapruimte te creëren voor 4 personen. Het gevolg was dat we weer een andere woning kregen in een steegje aan de Ruyterstraat. Kort hierna is mijn moeder bevallen van een meisje (13 sept.'44)

    EVACUATIE.
    Toen we daar woonden werd Nijmegen, in September, bevrijd. Ons huis bevond zich binnen het frontgebied waardoor we werden geëvacueerd. De route ging richting Grave waarbij we de Maasbrug over moesten. Doordat de brug werd beschoten door Duitse vliegtuigen werden we door de bevrijders tegengehouden. Mijn vader wist toch een overtocht te verkrijgen door mee te liften met passerende militaire voertuigen. In eerste instantie werden we ondergebracht in een boerderij te Ravenstein. Mijn moeder bleef daar achter met de baby terwijl mijn vader “mijn broer en mij” naar zijn ouderlijk huis in Best bracht.
    Toen hij terugkeerde zijn ze verder getrokken naar verre familie van mijn moeder in Schaijk. Deze mensen bleken weinig begrip te kunnen opbrengen voor een baby in huis. Dus was verder trekken de beste oplossing.
    Mijn vader is nog een keer heen en terug gegaan naar Nijmegen om babykleding op te halen. Hierbij heeft hij de, onder zwaar vuur liggende Maasbrug, twee keer moeten passeren.
    In Nijmegen was het ook niet zonder gevaar. Verblijf in het verboden gebied was levensgevaar-lijk evenals het passeren van het spoorwegemplacement tussen de Tollenstraat, Willemsweg, Graafseweg en Dr. Jan Berendsstraat, nabij ons huis. Men kon zonder pardon worden beschoten door de in de omgeving ingegraven geallieerde militairen.
    De graafsebrug over het spoor zou niet bruikbaar zijn of niet gepasseerd kunnen worden.

    VOORLOPIG ONDERDAK BIJ DE GROOTOUDERS IN BEST.
    Toen mijn vader weer terug was in Schaijk zijn ze op pad gegaan om naar Best te komen.
    Mijn vader wist weer vervoer te regelen met een militair voertuig dat van Grave naar de omgeving van Eindhoven moest. Onderweg moesten ze enkele keren uit de truck omdat ze werden beschoten.
    De baby bleef dan achter in de wagen. Gelukkig hebben ze dit overleefd en zijn in Best gearriveerd. Voor de baby bleek de tocht desastreus te zijn verlopen. De weg zat vol gaten als gevolg van beschietingen en oorlogsverkeer, zoals tanks. Mijn kleine zusje had erg veel te lijden gehad van het vervoer in de bonkende en stuiterende truck over dit wegdek. Mijn vader en militairen, achter in de truck(s), hielden de kinderwagen omhoog van de laadvloer om het schokken zoveel mogelijk te dempen.
    Aangekomen in Best verslechterde haar toestand snel. Vanwege het onvermogen om te kunnen eten was ze geheel uitgeteerd en moest worden opgenomen in een ziekenhuis waar ze, nog net geen 3 maanden oud, op 12 december overleed.
    De orgaantjes in het lichaampje waren, zo is mij verteld, door de zware schokken tijdens het vervoer, meerdere cm's van hun plaats gegaan.

    WAT GEBEURDE ER NA TERUGKEER IN NIJMEGEN.
    Of wij tussentijds weer terug zijn geweest in Nijmegen of dat dit pas later plaats vond weet ik niet. Wel herinner ik mij dat we in ons eigen huis waren en dat er Engelse militairen kwamen buurten. De herinneringen zijn weliswaar vaag. Evenals de keren dat ik soms chocolade van de militairen kreeg..

    WAT ZAG IK OP STRAAT.
    Er komen ook herinneringen uit deze tijd bij me op, die kennelijk nogal een diepe indruk bij me achter lieten. O.a. een aantal militaire amfibie voertuigen, van die boten op wielen, die door de Ruijterstraat kwamen gereden op het moment dat ik me in m’n eentje voor aan de straat bevond.

    PEUKJES ZOEKEN.
    Het volgende was dat ik met mijn jongste oom, Piet (10 jaar ouder als ik) mee mocht toen hij bij ons thuis verbleef (vakantie?). Tabak was een schaars goedje in die dagen en geld om stiekem tabak te kopen had hij uiteraard ook niet.
    Dus liet hij mij sigarettenpeukjes zoeken, vervolgens mocht ik hem ook nog helpen om het vloeipapier er vanaf te halen. Van de losse tabakspulp maakte hij met krantenpapier stiekem nieuwe shagjes en rookte die troep.
    Ik vond het wel groots dat ik hem mocht helpen maar vond dat poeierige spul dat uit het papier kwam wel erg stinken.

    André Schuijffel, Waalwijk.
  • de_brug_nijmeg de_brug_nijmeg 13 februari 2009, 14:34:14

    ‘De feestvierders hadden niets gehoord'

    Ik zat midden in het spoor van de weg die de bommen maakte en toch heb ik geen slachtoffers gezien.
    De Oudestadsgracht werd op verschillende plaatsen getroffen. Ik woonde op nummer 51. Een bom viel op het eerste huis, een bankgebouw met bovenwoning. Later werd de aanwezige bankbediende dood onder het puin eruit gehaald. Op de bovenwoning woonde de huisschilder Tesser met zijn twee dochters. Het enige wat van hem en zijn twee dochters is gevonden, zijn zijn huissleutels die men op het Mariënburgplein vond.
    In het midden van de Oude Stadsgracht schuin tegenover ons was de kleuterschool, waar op de binnenplaats tegen de muur staande enkele zusters en kinderen dood zijn aangetroffen. Op de straat was daar niets van te zien.
    Aan het einde van de straat op Kelfkensbosch was het reisbureau Lisonne Lindeman. De hele rij wachtenden waren geveld en dood. In de tegenoverliggende drogisterij kwam een man binnengestrompeld, hij bloedde uit vele wonden, zeeg dood neer.
    In de Hertogstraat stopte bij de juwelier een auto, een vrouw stapte uit, haar man, een huisarts zei tegen haar, de auto even door te rijden naar Kelkensbosch om te keren. Juwelier Hoeboer zag dat de auto door een bom werd getroffen. Snel loodste hij de vrouw zijn winkel binnen. Hoe hij de vrouw van de dokter het verschrikkelijke nieuws heeft overgebracht, is mij niet bekend.
    Er waren kinderen, die de ramp voelden aankomen. Zoals een zoontje van een vriend van ons die in Malden woonde. Hij wilde die ochtend niet naar school. Kordaat zette zijn vader hem achter op de fiets en bracht hem naar school. 's Middags zag hij de bommen vallen. Opnieuw karde hij naar Nijmegen. Nu vol wroeging en angst. Hij vond zijn zoontje ongedeerd op de school aan het Hertogplein. Hij reed door om ons te zoeken. Bij de aanblik van de vele lijken op Kelfkensbosch raakte hij helemaal overstuur en was de weg kwijt. Een agent heeft hem geholpen de weg naar huis terug te vinden.
    Totaal ontreddert belde iemand bij familie aan op de Oranjesingel, De deur ging open en luid feestgedruis golfde haar tegemoet. De feestvierders hadden niets gehoord van het bombardement.
    Een zoon van onze rijwielhersteller Hermans op de Pauwelstraat zat op de Ambachtschool. Na het sein veilig is hij naar huis gerend. Hij moet net thuis zijn aangekomen toen de bom in zijn huis viel. Lange tijd heeft men nog gehoopt dat hij nog in leven was, want eigenlijk kon hij in zo'n korte tijd niet die afstand gelopen hebben.
    Vele onbegrijpelijke dingen zijn er gebeurd . Er zijn er die renden naar de dood en anderen die juist gered zijn.

    Rudie Arens, Nijmegen
  • de_brug_nijmeg de_brug_nijmeg 13 februari 2009, 14:33:21

    ‘Ik heb nog vaak nagedacht over het bommelement’
    Ook P. Wildenberg stuurde zijn verhaal over het bombardement naar de redactie. Een deel van zijn verhaal vindt u hieronder.

    Als gevolg van de voedselschaarste is tijdens de oorlogsjaren een distributiesysteem ingevoerd. Omdat de rantsoenen almaar kleiner werden ontsond een probleem of iedereen wel voldoende voeding kreeg. Voor de schooljeugd kwam een afzonderlijke maatregel, met name voor minima-gezinnen. Destijds was ik nog geen tien jaar en zat ik in de vierde klas van de Sint Jozef - broederschool op het Kelfkensbos. Tussen de middag gingen de daarvoor in aanmerking komende jongens naar de Zeigelbaan, waarin een - ik denk - voormalig schoolgebouw een eetzaal was ingericht. Het eten kwam van de gaarkeukens uit de Fort Kijk in de Potstraat en werd aangevoerd in een grote keukenketel. Op zekere dag werd medegedeeld dat de eetzaal werd verplaatst naar het klooster Hallo aan de Duivengas bij de Kindenberg, ingang aan de achterzijde via de Vleeshouwerstraat.
    Er was weer eens een luchtalarm, maar dat kon ons niet deren, want die honderden bommenwerpers in de lucht gingen toch naar Duitsland, gelukkig. Maar gehoorzaam namen wij onze plaatsen in op bankjes in de gang en wachtten het sein 'veilig' af. En toen gauw naar huis, want de school begon weer om twee uur. Nauwelijks de deur uit of we hoorden twee enorme dreunen en voelden de grond trillen. Dat moesten bommen zijn en nog wel heel dichtbij! Het werd stil, doodstil en ik zocht een veilig heenkomen bij mijn moeder thuis. Dat was gelukkig heel dichtbij, maar onderweg merkte ik dat het niet pluis was. Overal de ruiten eruit en de straat was bezaaid met glasscherven. Thuis gekomen was er gelukkig mijn moeder en mijn zusje Lettie (11) die die dag ziek was en op de divan voor het raam lag en dus onder de scherven. Mijn moeder was druk bezig de scherven op te ruimen. Intussen kwamen ook mijn twee broers Joep (12) en Frans (7) thuis. Die wisten te vertellen dat van de Burchtstraat een kant in puin lag en dat het overal brandde, vooral op de Grote Markt en dat de Sint Stevenstoren was geraakt. Op straat werd het alsmaar drukker. Brandslangen werden uitgerold naar de Waal. Ook zag ik mannen sjouwen met hardboardplaten om de ramen dicht te timmeren. Brandweer, politie, luchtbescherming maar ook Duitse militairen en Rode Kruis liepen de Grotestraat op en af, terwijl de straat werd vol gelegd met brandslangen. Ik begreep ook dat op het brandde op de Grote Markt, vooral bij Vroom en Dreesmann en de Hema.
    Auto's met materiaal en gewonden zochten een heenweg via de Grotestraat en de Waalkade om gewonden en doden af te voeren naar het ziekenhuis. Tegen de avond kwam mijn vader thuis uit Kleef waar hij werkte. Hoe dichterbij hij in de tram bij het eindpunt bij het Hunnerpark kwam hoe meer hij zich afvroeg of zijn huis wel of niet in brand zou staan en waar wij dan waren. Zo kwam mijn vader huilend van angst en geluk thuis. Nog vaak heb ik nagedacht over het 'bommelement', dat tegenwoordig zonodig het vergissingsbombardement wordt genoemd, alsof die uitdrukking de angst, het verdriet en de pijn zou verzachten van alle ellende die deze luchtaanval had veroorzaakt.
    Inmiddels verlopen de jaren en ben ik nu 74 jaar geworden. Dit jaar wordt herdacht dat het 65 jaar is geleden dat het verwoestende luchtbombardement onze stad heeft getroffen. Pas onlangs besefte ik wat de verhuizing van het 'soephuus' van de Zeigelbaan naar klooster Hallo voor een invloed heeft gehad op mij en vele schoolkinderen en ook ouderen. Ik betwijfel of ik dit artikel nog had kunnen schrijven!
  • de_brug_nijmeg de_brug_nijmeg 13 februari 2009, 14:32:35

    Gered door een paard

    Mijn vader Wim van Dreumel uit Overasselt was samen met zijn broer Toon op die bewuste dag van het bombardement met paard en wagen in Nijmegen en wel voor de deur van Dirk Katje onderaan de Stevenskerk om aardappels te lossen. Toen ging het alarm af. Het paard schrok hiervan en sloeg op hol. Het paard was niet meer te houden aldus pa. Door de Ziekerstraat naar de Sint Annastraat, daar had pa de wagen weer onder controle en kwamen de ziekenauto's langs. Op de plek waar ze gestaan hadden lag nu de Stevenstoren languit. Het paard heeft hun gered. Later is pa nog eens gaan kijken en besefte hij pas waar ze aan ontsnapt waren.

    Franz van Dreumel, Nijmegen
  • de_brug_nijmeg de_brug_nijmeg 13 februari 2009, 14:31:58

    ‘Mijn zusje werd
    naar huis gestuurd’
    Wij woonden tijdens het bombardement aan de Grotestraat. Het was dus heel dicht bij ons in de buurt.
    Mijn moeder was bezig met het middagmaal. Erwtensoep stond op het menu. Maar toen de bommen vielen, liet zij van schrik een bord in de pan vallen. Die pan heeft zo wel een paar dagen gestaan.
    Mijn zusje was na het eerste luchtalarm naar huis gestuurd: "Ga jij maar naar huis, want jij woont dichtbij", zei de zuster van haar school bij de stadsgracht. Zij en de andere kinderen zijn allemaal omgekomen.
    In korte tijd lag de Grotestraat vol met brandslangen. Vanuit de Waal werd water opgepompt om hiermee in de stad te kunnen blussen. Er kwamen steeds auto's en jeeps vanuit de stad de Grotestraat af met allemaal gewonden.
    Enkele dagen later hoorde ik dat een klasgenoot van mij, wonende aan de Stikke Hezelstraat, met bed en al van de tweede verdieping op straat was gekomen. Zij was daags ervoor niet op school omdat ze ziek was. Haar familie was in de kelder. Die waren allemaal omgekomen. Zijzelf mankeerde helemaal niets.
    Tl.W.T.
  • de_brug_nijmeg de_brug_nijmeg 13 februari 2009, 14:30:51

    ‘Ik huilde om
    zuster Johanna’

    Ik was 11 jaar en zat in Doddedaal op school. Ik zat bij zuster Johanna in de klas en bleef altijd helpen na schooltijd. Zo ook op 22 februari. Toen de sirene (luchtalarm) ging, hebben we in de kelder gezeten. Toen het weer veilig werd, gingen de kinderen weer naar huis. Ik en vier kinderen bleven echter Zuster Johanna helpen. Opeens kreeg ik een heel angstig gevoel en wilde naar huis.
    De andere klasgenootjes gingen toen ook naar huis. Ik liep samen met twee klasgenootjes de Doddedaal af richting Spijkerstraat. De andere twee klasgenootjes die hielpen, gingen richting de Zeigelbaan.
    Wij liepen bij het weeshuis toen de bommen vielen. Ik had zelf maar een kleine scherfwond aan mijn knie, maar mijn klasgenootjes die met me meeliepen waren allebei gewond. Wij werden bij de familie Van de Heuvel binnengedragen. Ik ben waarschijnlijk bewusteloos geweest door de luchtdruk. Ik was ook mijn klompschoenen kwijt.
    Toen we binnen waren, hebben we veel gebeden. Ik keek achterom en zag de kerk van de Doddedaal in brand staan en terwijl wij daar binnenzaten kwam de vader van Marietje Mallo (het meisje dat samen met een ander klasgenootje de andere kant was opgegaan). Hij vroeg naar Marietje. We zeiden dat ze de andere kant op was gegaan richting de Zeigelbaan. Later bleek dat beiden klasgenootjes dood waren. Ik vroeg aan meneer Mallo of ik mee mocht, maar hij moest Marietje zoeken. Hij zou mijn moeder waarschuwen. Mijn moeder wilde mij halen maar mocht er niet door van de luchtbeschermingsdienst. Ze mocht er uiteindelijk wel door toen ze zei dat ik bij Van De heuvel binnen zat. Iemand van de dienst ging toen met haar mee. Toen ik bij Van de Heuvel de deur uitkwam, keek ik naar rechts en zag de school in brand staan. Ik huilde om zuster Johanna. Later bleek dat de zuster toch nog leefde.
    Zuster Johanna is dezelfde dag nog bij ons thuis geweest om te informeren hoe het met mij was.
    Zusje Schukelaar
  • de_brug_nijmeg de_brug_nijmeg 13 februari 2009, 14:30:04

    Gloed van vlammen tegen
    de verlichte hemel

    Hoewel geen direct ooggetuige heb ik het bombardement met mijn ouders in zoverre meegemaakt dat we op 22 februari op weg van Veghel (onze woonplaats toentertijd) naar Nijmegen zijn gegaan. Waarom? Omdat we rond half twee in de middag (bij stralende winterzon) het gedreun/gerommel van een bombardement hoorden en mijn moeder intuïtief zei: Nijmegen is gebombardeerd (op 40 km afstand van Veghel gelegen). Ze wees daarbij in de richting van de stad (achter ons huis - herinner ik me nog!) Ze probeerde vervolgens per telefoon contact te krijgen met haar ouders (mijn grootouders) op de Fransestraat in Nijmegen. Dat lukte niet. Daarop vertrokken we (mijn ouders, zus en ik) per auto (mijn vader was rijksambtenaar en had een dienstauto) richting Nijmegen. We mochten echter net voorbij de brug bij Grave de stad niet in - wel konden we toen uitwijken naar Afferden (gem. Druten), waar de ouders van mijn vader woonden. Daar kwamen in de loop van de middag en avond de berichten binnen / en ook de ooggetuigen. In de avond probeerden we via Weurt Nijmegen te bereiken maar werden bij het sluiscomplex opnieuw tegengehouden en moesten via Grave terugrijden naar Veghel. Ik herinner me (ik was toen een kind van 8 jaar) nog zeer goed de brandende stad vóór en later opzij (uit het autoraam) van ons. Met de stomp van de St. Stevenskerktoren links als donker silhouet tegen de rode gloed van de vlammen/de verlichte hemel... Later bleek dat mijn grootouders geen letsel hadden opgelopen...
    Ton Gijsbers, BEEK-UBBERGEN
  • de_brug_nijmeg de_brug_nijmeg 13 februari 2009, 14:29:08

    ‘De zolen van zijn schoenen waren verbrand’

    Ik ben mevrouw Westerlaken-de Bruijn en ik woon in Leiden.
    Ik ben de oudste van drie kinderen. Mijn grootouders zijn beide omgekomen bij het bombardement. Op 22 februari 1944 was ik alleen met mijn moeder thuis in de Verdistraat 2. Mijn moeder was hoogzwanger en om half twee werden we samen tegen de muur gedrukt in de kamer. Mijn moeder zei tot mij: 'daar gaan we'. Mijn vader werkte in de Van Bergchemstraat en was die dag werkzaam in Den Bosch. 'Middags kwam mijn oom vertellen dat alles plat lag in de stad. Toen mijn vader thuis kwam is hij samen met mijn oom mijn grootouders gaan zoeken. Maar ze waren nergens. Met gevaar voor zijn eigen leven heeft mijn vader samen met mijn oom vier dagen gegraven en hij heeft ze gevonden. De zolen van zijn schoenen waren helemaal verbrand. Alles schroeide nog. Ik had hele lieve grootouders. Ik liep iedere zondagmiddag aan de hand van mijn vader naar ze toe. De snoepjes lagen klaar. De cadeautjes altijd onder de bedstee. Ik was zes jaar toen dit mij overkwam. Het verdriet in de familie was groot. Mijn grootouders liggen begraven aan de Daalseweg. Ik bezoek hen graag. Wij mogen dit nooit vergeten. Het grote verdriet in de families is en blijft ontroostbaar. Nu ik zelf 71 ben begrijp ik nog beter wat een groot verdriet mijn ouders moeten hebben gehad.

    Ik hoop dat de jongere generatie altijd aan die families zullen denken die zo weggeslagen zijn uit het leven. Ik ben dankbaar dat ik in de prachtige stad Nijmegen ben geboren op 5 juni 1938 maar ik hoop dat men het bombardement nooit vergeet.

    Mevrouw Westerlaken- de Bruijn, LEIDEN
  • de_brug_nijmeg de_brug_nijmeg 13 februari 2009, 14:28:11

    'De beschermende
    hand van God'

    Dit is niet een gewoon verhaal over het Bombardement van 22-2-1944. Vader werkte in die tijd als leraar in Arnhem. Wij woonden in Nijmegen op de Vossenlaan. Hij zou die middag in Arnhem lesgeven en moest juist die trein nemen die even later gebombardeerd zou worden. Die ochtend ging hij per fiets naar een boer ver buiten de stad om aardappels en nog wat voedsel te halen. Op de terugweg kreeg hij prompt een lekke band, waardoor hij niet op tijd terug was om de trein te halen. Zoveel mensen zijn omgekomen toen de bommen de trein raakte. Hij heeft dat altijd als de beschermende hand van God gezien, en ik ben hem er dankbaar voor, want anders had ik geen broers en zus gehad.
    Margeet Oomen
  • de_brug_nijmeg de_brug_nijmeg 13 februari 2009, 14:27:35

    'Het was te erg'

    Tijdens het bombardement was ik 4 jaar oud. Van het vallen van de bommen kan ik me niets meer herinneren, wel van wat daarna gebeurde. Samen met mijn broertje van 6 en mijn moeder waren wij thuis. Wij woonden destijds in de Helmerstraat. Mijn vader werkte bij Van Gend en Loos als koetsier besteller en was dus aan het bezorgen in het centrum van de stad. Mijn moeder ijsbeerde door het huis van beneden naar boven. Vanaf de zolder kon je zien dat de stad in brand stond en dat daar iets ergs gebeurde begrepen wij als kinderen wel. Dat mijn moeder zich zorgen maakte over mijn vader drong minder tot ons door. Wij mochten niet naar buiten maar kregen van mijn moeder toestemming om in de geopende voordeur op de drempel te gaan zitten. Daar zagen wij naar verloop van tijd mensen terugkomen uit de stad. Zij zagen asgrauw, met een doffe blik in hun ogen. Zij staarden voor zich uit en leken zich niets meer bewust te zijn. Dat beeld vergeet ik mijn leven niet meer. Mijn vader kwam in de loop van de avond tot grote vreugde van mijn moeder en ons naar huis. Tijdens het bombardement was hij op het Keizer Karelplein met paard en wagen. Het paard was dood en mijn vader zocht een veilig heenkomen in een urinoirgebouwtje op het plein. Later is hij gaan helpen om slachtoffers onder het puin uit te halen. Hij heeft er nooit veel van willen vertellen. "Het was te erg", zei hij.
    Tineke Kleppe
  • de_brug_nijmeg de_brug_nijmeg 13 februari 2009, 14:26:52

    'De tram was in één keer leeg'

    Mijn herinnering van deze gebeurtenis is nog steeds haarscherp. Ik zat er middenin en dat zal ik niet licht vergeten. Er zullen wellicht meerdere mensen zijn die zich die dag zullen herinneren. Het was en zonnige dag en ik was op weg naar school(De Klokkenberg). Gelegen aan de Muchterstraat. k zou de tram pakken op het station wat eigenlijk niet mocht van mijn vader, maar aangezien mijn vader destijds als buschauffeur bij de MBS werkte en ik hem nog wel even wilde zien ben ik via het station gegaan. Helaas hij was reeds vertrokken naar Groesbeek. Om een lang verhaal kort te maken, ik stond dus op de tram te wachten (lijn 1) om naar school te gaan. De tram arriveerde en op dat moment begonnen de sirenes te loeien en tegelijkertijd vielen de bommen. De tram was in een keer leeg, ik vluchtte het station in en bij de halte van lijn 3 midden op het stationsplein viel er een bom op het wachthuisje alwaar ik vlak naast liep. Wachthuisje weg. Verder het station in; hoop glasgerinkel en weer naar buiten, over gevallen boven leidingen gesprongen zover mogelijk van het station vandaan. In zeer korte tijd zijn er wel de nodige slachtoffers gevallen op het stationsplein.

    Ik zag o.a. een man naast zijn “fiets” liggen met een bloedige broekspijp vlak naast hem en daar zat het been nog in. Afgerukt? Auto’s die nog mochten rijden stonden bij de gastank in de rij om gas te tanken in een grote zak op het dak; deze stonden ook in brand.
    De slachtoffers werden op de begraafplaats aan de Graafseweg grotendeels in een massagraf begraven.

    L.M.H. van Haaren, WIJCHEN
  • de_brug_nijmeg de_brug_nijmeg 13 februari 2009, 14:26:12

    ‘We waren alleen
    een beetje doof’

    Als 11-jarige zat ik op school op de Oude Stadsgracht bij de zusters van J.M.J. Ik ging die middag vroeger naar school om met mijn vriendinnetje te gaan knikkeren. Ineens waren er vliegtuigen in de lucht en zagen toen de bommen vallen.Er stond echter een grote wagen met oplegger, waar we onder kropen. Dit is onze redding geweest. Toen we daarna er onderuit gehaald werden door de mensen van de B.B, waren er veel mensen om ons heen dodelijk getroffen, wij hadden alleen kleine splintertjes. Ook de bewaarschool achter onze school was getroffen,met veel kindjes en zusters. Die aanblik zal ik nooit vergeten Mijn vriendinnetje en ik waren een beetje doof, dat was alles. Alleen was ik na deze ervaring lange tijd bang, voor vliegtuiggeluid en de sirene. Goddank is alles daarna goed gekomen.
    Mevrouw Fleuren van Kalken, NIJMEGEN
  • de_brug_nijmeg de_brug_nijmeg 13 februari 2009, 14:25:37

    ‘De helft van het station was verdwenen’

    Ik werkte sinds eind 1939 als telegrafist bij de Nederlandse Spoorwegen op het eerste perron. Toen werkten wij nog met de nodige telegraaftoestellen (morseschrift). De telex was nog niet zo lang daarvoor als nieuw verbindingsmiddel ingevoerd. Op die bewuste dag hoorde ik plotseling bommen vallen. Bij de eerste inslagen dacht ik nog dat die ver weg plaatsvonden. Maar al snel kwamen de inslagen dichterbij en ik was mij bewust dat het station werd gebombardeerd. Toen de bommen op het station vielen was de wereld ineens een hel geworden. De grote deuren vanhet telegraafkantoor vielen naar binnen. Stenen vlogen om mij heen, steengruis verblinde mij. Toen het stil werd vloog ik naar buiten richting schuilkelder. Vlak voordat ik de schuilkelder wilde binnengaan keek ik achterom. Wat ik toen zag zal ik nooit vergeten. De helft van het station was verdwenen de trein naar Arnhem stond geheel in brand en ook verderop was het een puinhoop. Het was op dat moment zo akelig stil, dat ik het gevoel kreeg dat ik alleen was overgebleven. Ik rende terug naar het kantoor, liep over de deuren en het puin heen en ging aan het bellen. Vanuit het kantoor had ik zicht op de voorkant van het station. Toen ik keek zag ik beide grote hotels die voor het station stonden geheel in brand staan; de hitte daarvan dreef mij van de gesneuvelde ramen weg. Omdat ik dacht dat ik alleen was gered belde ik de kleine stations rondom Nijmegen op en bracht ik de dienstdoende chefs van de vreselijke situatie op de hoogte en vroeg hen om geen enkele trein meer door te sturen. Later keek ik even buiten het kantoor het perron op en zag dat het een hel was. Inmiddels kwamen er mensen opdagen die begonnen met gewonden te verzorgen en doden in de tunnel te leggen. Ook zag ik vele Duitse soldaten daarmede helpen. Zo langzamerhand kreeg ik in de gaten dat de stad vreselijk getroffen was. Toen ik eind van de middag naar huis liep zag ik op het gazon voor het station vele doden liggen, een tram, een dood paard, de prachtige hotels waren er niet meer, het was vreselijk. Ik kan mij nog veel meer details herinneren maar ik laat het nu hierbij.
    Jan Cloosterman
  • de_brug_nijmeg de_brug_nijmeg 13 februari 2009, 14:24:59

    ‘Mijn vader duwde me in de keukenkast'

    Mijn naam is Marianne Fest-Hofman. Wij woonden met mijn vader en moeder en mijn broer Sil en ikzelf (was 5 jaar)in het bovenste stuk van de Houtstraat. Mijn vader had er een café, genaamd “Café Hofman.Op de bewuste dag van 22 februari was ik een beetje ziek en hoefde ’s morgens niet naar school, ik zat op de kleuterschool J.M.J. Oude Stadsgracht. Tussen de middag zei mijn vader: ik breng je straks wel weer naar school want ik voelde me weer beter. Mijn vader had vrije tijd om mij weg te brengen en hij moest ook nog twee bioscoop kaartjes halen. We hadden net gegeten en opgeruimd,mijn moeder was mijn haren aan het vlechten in de keuken. We hoorden opeens de vliegtuigen terugkomen en toen een verschrikkelijk geraas en hoorde de bommen vallen. Mijn vader duwde mijn moeder en mij in de keukenkast. Hij riep ook: O, God, onze Sil, die is onderweg van de school op de Wedren naar huis. Na een tijdje werd het stil,maar ik hoorde overal gekreun en gegil. Alles lag in puin om ons heen, een gedeelte van het café stond er nog. Er kwam iemand van de luchtbescherming het gehavende café in en riep: 'schiet op Hofman alles staat op instorten'. We liepen door Houtstraat naar beneden, we moesten over hele puinhopen stappen en het ergste was er lagen ook overal dode lichamen. Wij gingen rechtsaf de Augustijnenstraat op, richting Grote Markt. Mijn vader hield de handen voor mijn ogen zodat ik al dat afschuwelijke niet zou zien. ik weet nog wel, dat boven aan de Augustijnenstraat op de hoek, al die panden in brand stonden. Op het moment dat we daar liepen, viel er een man van boven V&D door de vlammen gillend naar beneden. Dat beeld vergeet je je hele leven niet. We gingen verder via Waalkade – Voerweg naar de Wedren, om mijn broer Sil te zoeken. Toen we in de school kwamen zei de hoofdonderwijzer dat Sil er niet was. Mijn moeder viel toen flauw. Ook dat vergeet je nooit, want ik had al zoveel gezien, dat ik dacht: 'nu is mijn moeder ook dood'. Gelukkig kwam mijn moeder weer bij kennis en konden we verder gaan zoeken. Op naar de Bergansiustraat 20 want daar woonde mijn opa en Sil kon daar naar toegelopen zijn, maar ook daar was hij niet. Mijn vader heeft twee dagen lopen zoeken bij de ziekenhuizen en op de veiling,maar zonder succes. Moedeloos liep hij op de Daalseweg waar hij een klant tegen kwam, die vroeg: “hoe is het Hofman” ? Mijn vader vertelde het relaas over mijn broer Sil. De klant zei, wacht eens hier bij de familie Poos is een jongen die weet niet waar hij woont. Mijn vader ging naar het adres en vond daar Sil rustig spelend aan tafel met de andere kinderen. Hij was springleven en had gelukkig geen verwondingen opgelopen. Hij had op het moment van het bombardement ineen hoek van het oude postkantoor gestaan. Een Duitse soldaat had hem beschermd en naar de Daalseweg gebracht.
  • de_brug_nijmeg de_brug_nijmeg 13 februari 2009, 14:24:14

    'A bad day in a big week'

    DE AANLOOP


    Laten we dit verhaal beginnen op 3 september 1943. De oorlog is vier jaar oud en met tegenzin begeven we ons in het Duitse kamp om te zien hoe de Duitsers ervoor staan.

    Om een oorlog langdurig te kunnen voeren zijn drie factoren van het grootste belang . Men moet steeds meer nieuw personeel en materieel in het strijdperk kunnen brengen en dat kunnen transporteren naar de plaatsen waar het nodig is. En men moet zijn strijdkrachten kunnen voorzien van een doorlopende stroom van energie vooral olie
    en afgeleide produkten.

    Duitsland heeft geen olie.Er zijn drie belangrijke gebieden waar olie wordt geproduceerd in (de omgeving van ) Europa : Libië en het Midden-Oosten , de gebieden langs de Kaspische Zee en Roemenië.
    Roemenië wordt al in 1940 veroverd. Libië en het Midden-Oosten lijkt ook een goede mogelijkheid . Bondgenoot Italië beheerst via Ethiopië de toegang tot de Rode Zee en het Suez-kanaal en heeft een stevige basis in Libië.Omdat de druk van Duitsland op Engeland in de loop van 1941 steeds minder wordt, plaatsen de Engelsen een groot deel van hun vloot, luchtmacht en leger over naar het Oosten van de Middellandse Zee. Toch maken de Duits-Italiaanse troepen tot de zomer van 1942 vanuit Libië goede vorderingen tot in Egypte . Maar voor de definitieve doorstoot is nieuw personeel en materieel nodig . Dit wordt door Hitler geweigerd.
    De geallieerden krijgen wel grote versterking en vanaf oktober 1942 is de tijd voor Duitse offensieven voorgoed voorbij. De Duits-Italiaanse troepen worden steeds verder teruggedrongen en capituleren in mei 1943.
    In juli valt Sicilië en op de vierde verjaardag van de oorlog (3 september 1943 ) sluit de nieuwe regering van Italië een wapenstilstand met de geallieerden. Een maand later verklaart Italië Duitsland de oorlog.

    De enige andere kans op de broodnodige olie (in het gebied langs de Kaspische Zee ) biedt de in 1941 begonnen oorlog in Rusland. De winter 1941/1942 stopt het offensief. In de zomer van 1942 (geen nieuw personeel en materieel in Egypte!) wordt dit hervat. De Duitsers reiken tot in de Kaukasus en tot Stalingrad aan de Wolga , maar een groot Russisch tegenoffensief met nieuwe troepen en kwalitatief goed materieel kraakt de Duitse tegenstand.Een strategische misser van Hitler bij Stalingrad maakt de nederlaag compleet (31 januari 1943 ) en zijn belangrijkste elitetroepen is Duitsland kwijt. In meer dan een opzicht is Stalingrad het keerpunt van de oorlog voor het Duitse leger. In de zomer van 1943 zet Hitler onbezonnen zijn laatste reserves in en verliest definitief.Alleen een verdere terugtocht rest tot het bittere einde.

    Het is niet overdreven om op 3 september 1943 te constateren dat de vier jaar eerder begonnen oorlog , zoals de Duitsers zouden zeggen im hoeheren Sinne verloren is.
    Twee belangrijke olie-gebieden die de Duitsers voor hun oorlog nodig hebben ,
    Libië /Midden-Oosten en de Kaukasus zijn voorgoed uit het zicht verdwenen.
    Alleen Roemenië is in Duitse handen , maar de olie-industrie heeft daar -zoals we nog zullen zien - zware averij opgelopen.
    De mogelijkheid om extra (goede) troepen op te roepen raakt onder de maat.De elitetroepen zijn grotendeels vernietigd . Door verlaging van de onderste leeftijdsgrens en door verhoging van de bovenste leeftijdsgrens wordt het leger met slechte soldaten
    kwantitatief groter, maar kwalitatief is de rek eruit. In eigen land en ook in de onderworpen gebieden.

    OK , het leger moet nog verslagen worden maar mist alle offensieve kracht.
    De in januari 1943 in Casablanca overeengekomen invasie in Frankrijk in voorjaar 1944 moet nog plaatsvinden . Daarvoor is nodig dat de Duitse vloot en luchtmacht bij de invasie niet kunnen ingrijpen. Hoe is de staat van deze onderdelen ?
    De Duitse oppervlakteschepen zijn reeds lang gedecimeerd . Het gevaar van de Duitse onderzeeboten is in de zomer van 1943 bezworen. De geallieerde vloot groeit veel en veel sneller dan de duikboten vernietigen.
    De luchtmacht vormt nog wel een belangrijke hinderpaal , vooral door de fabricage van uitstekende Messerschmittvliegtuigen. De geallieerden zullen de fabrieken moeten vernietigen.
    Dan vindt op 1 augustus 1943 een gebeurtenis plaats die grote gevolgen heeft en het moreel van de Amerikanen geweldig opvijzelt. Een massaal vliegtuigbombardement
    op de oliebronnen van Roemenië is een groot succes. Deze zg. Ploesti-raid vormt de
    aanleiding tot een idee dat in de komende maanden wordt uitgewerkt. Er moet een
    Big Week komen waarin de Duitse vliegtuigindustrie met massale bombardementsvluchten moet worden vernietigd. De Big Week wordt gepland in de late winter.Ondertussen zullen de vliegtuigbemanningen met een geheel nieuw systeem vertrouwd worden gemaakt om massale en vooral nauwkeurige bombardementen mogelijk te maken. Nauwkeurig betekent dat de vluchten overdag plaats moeten vinden.
    De Amerikanen ontwikkelen voor dit doel een gecompliceerd maar effectief systeem dat enorme discipline eist van de bemanningen.
    De formaties waarin de bommenwerpers moesten vliegen werd de combatbox genoemd waarbij zij in drie lagen schuin boven elkaar vlogen.
    De basiseenheid was een element van drie bommenwerpers. Vier van deze elementen vormden een sectie .Deze bestond dus uit twaalf vliegtuigen .

    Ten behoeve van het systeem werden drie radiobakens op Engels grondgebied geïnstalleerd.
    Boven een eerste radiobaken vormden drie secties een bombardementsgroep (36 toestellen ).
    Boven een tweede radiobaken verenigden drie groepen zich tot een combatwing (108 toestellen ).
    Bij een derde radiobaken tenslotte verzamelden zich de combatwings tot een divisie.
    Vanuit dat baken werd naar het doel gekoerst. Boven de grens van de Noordzee en de Hollandse kust kwamen de sneller vliegende beschermende jachtvliegtuigen de formatie begeleiden.

    DE DAG ZELF: 22 FEBRUARI 1944

    Iedereen heeft wel eens zo'n dag dat alles tegenzit. Wanneer je met z'n tweeën bent , is dat lastig maar hooguit vervelend voor de partner. Als je in een ploeg speelt ,
    kan je al meer mensen duperen . Maar als het om een operatie gaat , waarbij tienduizenden betrokken zijn , kan het de gehele operatie om zeep helpen.
    Op die dinsdag 22 februari ging alles van het begin fout en de wet van Murphy werkte weer volop : als het fout kan gaan , zal het ook goed fout gaan!
    Doelstelling van die dag was het bombarderen van de Messerschmittfabrieken in Gotha (midden Duitsland ) met zoveel mogelijk vliegtuigen. De aanval zou worden uitgevoerd door de ervaren 3e en de minder ervaren 2e divisie van het Amerikaanse
    luchtmachtleger .
    Voor ons verhaal concentreren we ons op de 2e luchtmachtdivisie omdat die betrokken is bij de onbedoelde bombardementen op vier Nederlandse steden.

    Om vier uur 's ochtends wordt een groot deel van het grondpersoneel van vele Engelse vliegvelden gewekt. Snel wordt gewassen , geschoren en aangekleed . Een klein ontbijt met veel koffie volgt . Er staat een grote operatie op het programma .
    Honderden vliegtuigen moeten worden volgetankt voor de onzekere tocht naar een Duits doelwit . De bomlorries worden naar de vliegtuigen
    gereden met een enorme last aan brisantbommen en splinter-of clusterbommen .
    In het bommenruim van ieder toestel worden twaalf zware bommen op de rekken geplaatst.
    Monteurs van de gronddienst verwijderen de hoezen van de mitrailleurs. Geschutkoepels worden van ijs ontdaan. De luiken in de zijkanten van de vliegtuigen zijn vastgevroren en moeten worden losgewrikt.
    Kisten met patronen worden de toestellen ingedragen .


    Ruim een uur later is het de beurt aan de rest van het personeel om gewekt te worden.
    Daartoe behoren de 6000 bemanningsleden van de vliegtuigen . Van het ondersteunend personeel zullen deze dag in totaal 44000 mannen en vrouwen in touw zijn. In het hoofdkwartier , in de volgstations en in de radiokamers die de verbindingen onderhouden.
    Kapitein William Schmidt stond met een onbestemd gevoel op. Uit het raam zag hij dat de gebouwen en de bomen onder een dikke laag rijp schuil gingen en dat grauwe wolken het zicht belemmerden.Op hem zou deze dag een zware verantwoordelijkheid rusten.Hij zou de aanvalsleider van de gehele tweede divisie zijn.
    De eerste werkzaamheden van de dag vormden een welkom rustpunt . Traag waste hij zich en schoor zich heel zorgvuldig. Als hij zich zijn manschappen voor de geest haalde , moest hij wel glimlachen. Net als sporters hadden zij zich allerlei bijgelovigheden eigen gemaakt. Sommigen droegen alleen bepaalde soorten onderbroeken , anderen wasten zich uiterst secuur , terwijl er ook waren die juist in twee minuten klaar waren. Het was zaak in het waslokaal in de rij te komen met snelle wassers , omdat je anders wel een half uur stond te wachten en te vernikkelen.
    Om kwart over zes kleedde hij zich aan en begaf zich naar de kantine. Toen hij de deur opendeed , wist hij meteen dat het een zware dag zou worden. Onmiskenbaar rook hij de heerlijke geuren van omelet en roerei gemaakt van echte verse eieren.
    Dat kregen de mannen alleen als het menens werd . Natuurlijk vlogen de grappen over en weer , maar de spanning was bijna tastbaar.
    Om precies zeven uur dromden de vierhonderd mannen van zijn groep de briefingroom binnen. Een officier van de inlichtingendienst gaf op een groot bord de route aan naar het doel : Gotha ,ver in midden-Duitsland.Een gejoel met boe-geroep steeg op. De bommenwerpers zouden zich langs de zware luchtafweer bij Rotterdam en in het Ruhr-gebied moeten vechten om diep in Duitsland de fabrieken van de Messerschmitts te bombarderen. Voor het geval dat het hoofddoel niet werd bereikt , werden een paar reservedoelen in de omgeving aangegeven. Verder gaf de officier een aantal inlichtingen en tips over de te verwachten aanvallen van de Duitse jagers en over de opstellingen van de luchtafweer. Kapitein Schmidt stond op en wees erop dat als het hoofddoel niet kon worden gebombardeerd, zij een aanval zouden moeten ondernemen op een militair object in Duitsland.
    Om half acht werd de briefing beëindigd en na een minuut of tien begaven de mannen zich naar de buiten gereed staande vrachtwagens . Het was bitter koud .Een sneeuwstorm joeg de mannen snel de vrachtwagens in . Voor de vrouwelijke chauffeurs was ditmaal geen aandacht. Iedereen was in gedachten al met zijn taken bezig.
    Kapitein Schmidt was blij dat hij een paar dagen geleden zijn boordschutters er nog eens op had gewezen hoe belangrijk het is je mitrailleurs vetvrij te houden. Het kleinste spatje vet kan in de extreme koude op vijf kilometer hoogte je mitrailleur doen stokken of zelfs geheel uitschakelen. En jongens , had hij gezegd , als de Duitse jagers je aanvallen wil je er niet als een lame duck bij zitten. Na afloop moet je je mitrailleur wel helemaal schoonpoetsen , want er heeft zich dan een roodbruine film van roest op vastgezet.
    Na een hobbelige tocht waren alle vrachtwagens bij de vliegtuigen aangekomen en iedereen ging snel naar zijn eigen plaats toe .
    Allemaal trokken zij hun gevechtspak aan en verbonden die aan de contactdozen in de wand van het vliegtuig. Na enige tijd begonnen de pakken warm te worden en begon iedereen aan zijn eigen bezigheden.
    Kapitein Schmidt begon met zijn piloot , eerste luitenant Oliver Henderson , aan het doornemen van de checklist . Het was monotoon werk , maar belangrijk om alle onderdelen na te gaan . Om ongeveer negen uur of in de code van die dag : nul uur minus 160 hadden ze de lijst doorgenomen en zouden ze kunnen vertrekken . Nu begon het vervelende wachten op vertrek . Al had je een flink aantal vluchten achter de rug , de vlinders in je buik bleven , elke keer weer. Om nul uur minus 150 ging de Ball of Fire van start , ook wel You cawn' t miss it genoemd , een vliegtuig in felle kleuren geel , wit en bruin . Wegens het slechte zicht schoot het om de twee minuten gele lichtkogels af. Om nul uur minus 140 (9 uur 20 ) was het de beurt voor kapitein Schmidt als lead plane om te starten.Het zware B24 toestel , door de bemanningen van de derde divisie met hun lichtere B17 'ers , geringschattend pregnant cow genoemd , klom langzaam omhoog in de ijskoude wolken.
    De startfrequentie van deze dag was een vliegtuig per minuut. Alle vliegers van zijn groep moesten op hun instrumenten koersen zonder iets te zien .Van zijn radio-operateur Jack Thurman kreeg Schmidt al spoedig te horen dat er allerlei tegenslagen waren die vele vliegtuigen verhinderden in formatie te komen.
    Zo bleken vele schoenwanddozen van de koepel- en staartschutters nauwelijks of niet te werken . Omdat van deze mannen bij temperaturen van een veertig graden Celsius onder nul de voeten zouden afvriezen , konden vele toestellen niet opstijgen. Daarnaast weigerde ook een aantal compressoren van sommige motoren
    dienst . Maar het ergste was wel dat de bewolking tot een zeven kilometer hoogte dicht bleef . Normaal werd de lucht boven de wolken helder op vier kilometer hoogte. Dan kon de formatie op een vijf kilometer hoogte plaatsvinden. Nu liep de procedure mis , vele toestellen konden elkaar niet vinden en braken hun missie af.
    Van het oorspronkelijk aantal van 252 toestellen van de tweede luchtmachtdivisie stegen er 177 op . Slechts 74 daarvan wisten boven het derde radiobaken op Engels grondgebied in formatie te komen .

    Tegenslagen komen zelden alleen. Op deze trieste dinsdag vielen de Duitse jagers voor het eerst in de geschiedenis van deze oorlog de Amerikaanse bommenwerpers al aan terwijl zij zich nog boven Engeland en de Noordzee bevonden. De beschermende jagers zouden gewoontegetrouw pas boven Nederland komen opdagen. Gelukkig konden vele bommenwerpers met hun goed functionerende boordwapens de Duitsers op afstand houden , maar toch gingen enkele toestellen verloren.
    Voor Schmidt waren alle tegenslagen reden om in een radiobericht aan alle groepsleiders te melden dat hij een twintig kilometer voorbij de Nederlandse kust zou beslissen of de aanval zou doorgaan of niet. Onderwijl werd de kust gepasseerd en plotseling verdween de bewolking. De Amerikanen zagen Nederland als op een landkaart onder zich liggen. De animo om door te vliegen nam toe. Nu zou het deze dag toch nog iets worden.
    Een paar minuten later, om 12.25 uur, meldt de plaatsvervangend formatieleider Martin echter dat hij een codebericht heeft ontvangen van het hoofdkwartier waarin een terugkeer van alle vliegtuigen , een recall , wordt bevolen.Deze boodschap wordt met ongeloof ontvangen omdat het weer juist ongewoon mooi is geworden en het zicht uitstekend is.
    Wat men in de vliegtuigen niet weet is dat in Engeland inlichtingen zijn ontvangen dat de lucht boven Gotha totaal dicht zit en dat de missie moet worden afgebroken.

    Nu gaat de volgende tegenslag zijn werk doen.
    Alle berichten van het hoofdkwartier moeten om veiligheidsredenen worden geverifieerd. Kapitein Schmidt houdt zich als formatieleider aan deze instructie en vraagt om verificatie bij het hoofdkwartier. Dit is nodig omdat de Duitsers vaak valse berichten naar de Amerikaanse vliegtuigen proberen te versturen. Het verifiëren van de recall is echter niet mogelijk.Voor deze missie is een nieuw apparaat geïnstalleerd dat de Duitse radar stoort maar ook effect lijkt te hebben op de radioverbindingen tussen de Amerikaanse vliegtuigen onderling. Maar de belangrijkste oorzaak van het falen van de verbindingen met het hoofdkwartier is het feit dat in een van de toestellen van de formatie de zendsleutel steeds op zenden staat en dit de andere toestellen in de omgeving verhindert contact te krijgen met de eigen basis.
    Pas als kapitein Schmidt al zestig kilometer op Duits gebied is doorgedrongen , verneemt hij van Martin dat die er eindelijk in is geslaagd om verbinding met het hoofdkwartier te maken en dat de recall wordt bevestigd. Bijna alle bombardementsgroepen zijn Schmidt braaf gevolgd en krijgen van hem om één uur in de middag nu ook het sein om om te keren. Andere groepen zijn echter al eerder uit de formatie verdwenen omdat zij de recall op eigen gelegenheid hebben vernomen en daaraan gevolg geven.
    Omdat de formatie van de tweede divisie nu is verbroken , zijn de groepen vliegtuigen kwetsbaar geworden. Enerzijds moeten ze zich verdedigen tegen aanvallende Duitse jagers , anderzijds moeten ze scherp opletten dat ze niet in elkaars vaarwater komen.Hierdoor ontstaat een ongelooflijke wanorde in de lucht boven het Duits-Nederlandse grensgebied.
    De volgstations in Engeland houden de vliegbewegingen wel in de gaten , maar moeten vrij snel wanhopig zijn geworden. Op de bijgehouden kaarten is een wirwar van lijnen te zien die elkaar kruisende bommenwerpers en aanvallende en verdedigende jagers voorstellen.
    Wanneer een toestel naar Engeland terugkeerde door een recall werd zo'n actie niet aangerekend als een gevlogen missie. Omdat bemanningsleden vijfentwintig missies moesten volmaken voordat zij werden afgelost en een rustperiode verdienden, gingen de bommenwerpersgroepen op zoek naar een aanvaardbaar nieuw doel.
    In de ontstane chaos wisten de meeste geen geschikt doel te vinden en gingen via het afgesproken punt (het eiland Schouwen ) en de drie radiobakens terug naar hun vliegvelden in Engeland .

    Deventer

    In de omgeving van Deventer ontstond wanorde omdat toestellen van één van de bombardementsgroepen daar kriskras door elkaar vlogen . Van 13.17 tot 13.30 uur vlogen zij rondom Deventer en sommige vliegtuigen lieten een gedeelte van hun bommen vallen. Gelukkig kwamen die in de weilanden terecht. Een boerderij werd getroffen waarbij de boerin en veel vee omkwam.
    Hoe weinig de piloten wisten waar zij zich bevonden , blijkt uit hun rapporten :
    als afwerpdoelen werden genoemd Borken , Coesfeld , Olst , Bielefeld en Steinfurt, waarvan alleen Olst een beetje in de buurt van Deventer ligt maar de andere plaatsen in Duitsland op tientallen kilometers van Deventer !

    Enschede

    Een andere groep was direct na de recall naar het noorden gevlogen . Boven Haaksbergen meenden zij Duelmen te herkennen .In de verte zagen zij een stad die Muenster moest zijn .Dat was echter Enschede..
    Op modelwijze kwamen zij op de stad af .Ooggetuigen zagen een lichtkogel worden afgevuurd en renden meteen naar binnen om dekking te zoeken. De snelle reactie van de bewoners heeft honderden levens gered . Zij hadden ervaring met vergissingsbombardementen. Op zondag 10 oktober 1943 waren zij al bij vergissing gebombardeerd waarbij ruim honderdvijftig doden te betreuren waren.
    Nu werden 362 clusterbommen - in totaal 39820 brandbommen van twee kilo elk- en 5 brisantbommen afgeworpen .De gevolgen waren afschuwelijk. In grote delen van de stad vrat het infernale vuur zich door hele straten heen.Verderop door de fabrieken en werkplaatsen van de textiel- en confectie-industrie die praktisch werden weggevaagd. In een lange rij werden vervolgens twee kerken , drie scholen ,kantoren en bibliotheken verwoest. Door de kolossale rookontwikkeling van de honderden branden werd de zon verduisterd .Spontaan sloegen de vlammen uit de straatstenen ,
    vertelt een ooggetuige. Door de alerte reactie van de bewoners en vele staaltjes van heldenmoed van burgers onderling is het aantal doden beperkt gebleven tot 40.

    Arnhem
    Ook de groep van Schmidt en Henderson boog naar het noorden af.Boven Winterswijk maakten zij zich op voor een aanval op Bocholt in Duitsland. Op dat moment kruiste een andere formatie hun koers en moesten zij uitwijken naar rechts.
    Hun bedoeling was nu een grote cirkel te maken om weer op het oorspronkelijke doel
    uit te komen. Op de hoogte van zes kilometer woei een harde wind waardoor de groep naar het westen werd gedreven. Zo kwamen zij weer op Nederlands gebied. Schmidt en Henderson dachten dat zij zich nog boven Duitsland bevonden en gingen weer op zoek naar een geschikt doel. Om kwart over één zien zij een stad aan een rivier waarover bruggen liggen en besluiten tot de aanval. Op dat moment worden zij gehinderd door de formatie die boven Deventer (want dat is de door hen aan te vallen stad...) in wanorde vliegt en besluiten hun aanval af te blazen en hun cirkel af te maken en dan naar huis te gaan.
    Toen zij hun cirkel bijna hadden voltooid , zagen zij weer een stad met bruggen en opslagplaatsen liggen. Schmidt gaf één sectie van zijn groep opdracht de stad aan te vallen. De twaalf bommenwerpers wierpen in een haastige en slordige actie 144 brisantbommen af. Een woonwijk , de gasfabriek en een industrieterrein van Arnhem kregen de volle laag. Gelukkig viel ook een aantal bommen in de Rijn en misten een pontje dat midden op de Rijn voer.De grote brug over de Rijn die in de strijd van mei 1940 was opgeblazen , was nog niet geheel hersteld .Pas een half jaar later was dat het geval... In Arnhem waren 57 doden te betreuren.

    Nijmegen
    Met zijn eigen sectie vloog kapitein Schmidt in een grote boog naar het zuidoosten.
    Twee achterblijvers van een andere groep hadden zich bij hem aangesloten.
    Weer zagen Schmidt en Henderson een stad liggen met een grote brug en verderop een groot spoorwegemplacement. Een goed doel en direct besloten zij tot de aanval.
    Een haarscherpe foto van de aanvalsleider boven de Ooypolder registreert de eerste serie brisantbommen op weg naar Nijmegen en maakt aan alle discussie een einde dat het geen gerichte actie zou zijn geweest. De doelen mogen dan per vergissing gekozen zijn , de acties op Enschedé , Arnhem en Nijmegen waren heel doelgericht.
    Midden door de foto slingert zich de Ooyersdijk.De grote steenfabriek aan de Waal is duidelijk zichtbaar. Bovenaan ligt de grote Waalbrug. De afstand tot Nijmegen is op dat moment vier kilometer (op vijf kilometer hoogte ). Er is geen afweergeschut dat vuurt. Een tekening van bommenrichter Mc Carty verduidelijkt dat vooral zes factoren meespelen in de bomaanval : "groundspeed , drift (due to wind ) , dropping angle , altitude , temperature and aerodynamics of the bomb ". Met deze ingebrachte gegevens volgt piloot Henderson bij het bombardement op het grote rangeerterrein de aanwijzingen van zijn - op de situatie van Gotha afgestelde -richtvizier.
    Een andere foto is ook onthullend . Twee grote bombardeerplaatsen zijn te onderscheiden : de binnenstad ( door de 144 brisantbommen van de sectieformatie) en het station en rangeerterreinen ( door de 426 splinterbommen van de twee achterblijvers ) die het afwerpcommando van de aanvalsleider opvolgden , maar naar mijn overtuiging een paar seconden later dan de sectieformatie. Volgens vele burgers en ook volgens officiële instanties is nog een aparte groep laagvliegende jachtbommenwerpers bij het ombardement betrokken. Hierover wordt geheimzinnig gedaan. Waarschijnlijk was dit een groep Marauders die als een soort vrije jongens boven West-Europa vlogen en bepaalde opdrachten kregen en ook in sommige gevallen hand- en spandiensten verleenden.Zij zouden in dit geval Kelfkensbos en omgeving met splinterbommen hebben bestookt.
    De splinterbommen van de twee achterblijvers bereiken , anders dan de brisantbommen van de formatie , het rangeerterrein wel en ontploffen vooral op het Nijmeegse stationsplein, waarbij onder de daar aanwezige burgers vele doden en zwaargewonden vallen. Het karakteristieke stationsgebouw gaat in vlammen op.
    De bij de treinreizigers bekende kiosk midden op het plein wordt door een voltreffer weggevaagd. Een tram en een bus worden doorzeefd evenals een trein op het station .
    In de Nijmeegse binnenstad trekt de brisantbommenregen een wijd spoor :
    Sint Jorisstraat , Burchtstraat , Grote Markt , Grote Kerk met de befaamde Sint Stevenstoren , de straten daaromheen en erachter met vooral de Stikke Hezelstraat en de Smetiusstraat als triest culminatiepunt van vernieling. De in de route liggende Ignatiuskerk , Dominikanenkerk , Canisiuskerk , Augustijnenkerk en de Sint Franciscuskerk liggen in puin. Warenhuizen , hotels en vele scholen - vaak samen met leerlingen en onderwijzeressen - waren vernield .Ontelbare branden stuwden rook en stofwolken door de getroffen ruimtes.
    De hulpverlening had het heel moeilijk. Het telefoonnet was geblokkeerd .
    De hoofdwaterleidingbuis was geraakt zodat er geen voldoende bluswater in de binnenstad was. Verder waren er veel te weinig auto's beschikbaar door de invorderingsmaatregelen van de Duitsers. Juist daarom moet men grote bewondering hebben voor de Luchtbeschermingsdienst .het Rode Kruis , brandweer en politie die een week achtereen met de hulp van honderden burgers in touw zijn geweest om -letterlijk- te redden wat er te redden was.
    In zijn boek de Fatale Aanval vermeldt Alfons Brinkhuis vele feiten die voor mij
    bron van inspiratie zijn geweest voor mijn verhaal van deze dag. Ook voert hij
    een aantal ooggetuigen op van wie een jongeman mij met zijn levendig verslag
    in het bijzonder trof. Net als ik had hij de zwaarste bombardementen op Vlissingen meegemaakt en net als ik was hij bij familie in een veiliger oord ondergebracht.
    Zo woonde hij tijdelijk bij zijn oom en tante en ging hij in Nijmegen op school , bij de Klokkenberg in de Snijderstraat .

    BINNENSTAD
    In de middagpauze was hij naar het huis van zijn oom en tante gegaan. Om 12.14 uur had de sirene luchtalarm gegeven .Zoals zovelen had hij de enorme formaties blinkende vliegtuigen gezien die op weg waren naar Duitsland. Om half één had zijn tante het eten op tafel gezet en hadden ze gegeten . Pas om 13.16 uur klonk het sein veilig en ging hij terug naar school . Tien minuten later was hij op het Keizer Karelplein. Hij hoorde een zwaar geronk aankomen. Uit zijn Vlissingse ervaring wist hij dat dan de bommen al onderweg konden zijn en hij sprintte naar restaurant Germania waar hij het tegelpad opliep naar de fietsenstalling . Hij kreeg een enorme duw in zijn rug zodat hij daar halsoverkop temidden van een glasregen naar binnen werd geblazen. In de stalling stonden al een paar mensen. Direct daarna hoorde hij een paar zware explosies.Het werd stil en na een paar minuten wilde hij naar buiten.Een Duitse officier wilde hem tegenhouden , maar hij ontglipte hem en liep snel het plein weer op.
    Alles was donker door rook en stof. Hij kende zijn route goed en liep de duistere Molenstraat af . Op de kruising met de Ziekerstraat was een geweldige krater in de weg geslagen .Voorzichtig liep hij eromheen. Bij de Korte Molenstraat was het moeilijk lopen omdat overal luiken van de vele winkels over de straat verspreid lagen. Ook schrok hij geweldig omdat overal naakte mensen op straat lagen. Toen hij goed keek , zag hij dat het etalagepoppen waren. Overal lag nu puin. Heel omzichtig moest hij klauteren en vooral het scherpe glas mijden dat gemeen tussen het puin lag. Hij liep de Broerstraat in en halverwege lagen tegen een muur zeven dode mensen van wie één zijn hoed nog op had. Even verder schreeuwden twee winkelmeisjes over hun toeren naar hem dat er mensen onder het puin lagen en dat hij moest helpen. Maar de ingestorte panden stonden in lichterlaaie en hij probeerde hun uit te leggen dat er niets meer aan te doen was. De meisjes bleven tegen hem gillen en holden toen weg.
    Hij liep nu snel door tot bij de Grote Markt. Daar werd alles nog veel erger.Sommige winkeliers waren in trance bezig van binnenuit glas uit hun etalages te slaan zonder op passanten te letten. Verder in de Broerstraat kwam een man van de luchtbescherming op hem af en zei dat hij naar binnen moest , maar hij rende snel door en schoot de Gapersgas in.
    Halverwege de steeg lag een pater in zwarte pij , stervende , met naast hem een priester in wit gewaad. Hij zag dat er een splinterbom ontploft was en keerde om naar de Grotestraat en rende via deze straat en de Muchterstraat naar de Snijderstraat en naar zijn school. Daar was een bom naar binnen geslagen.Een groot deel van het dak was weg. Het was er angstig stil. Over de puinhopen klauterde hij naar zijn klas en pakte zijn schooltas die onder het stof bij zijn lessenaar stond. Hij sloeg de tas schoon en liep snel de school uit. Hij liep door enkele straten met louter puin en gewonde mensen. Via de Ridderstraat en de Stokkumstraat kwam hij weer uit op de Burchtstraat. Onbeschrijflijke tonelen. Voor het eerst werd het de geharde jongeman te machtig. Rennende hulpverleners , handkarren met lijken , puin, glas, bloed , geschreeuw en ellende. Her en der lagen slachtoffers op straat . Het leek hem of er geen eind aan kwam. Het viel hem op dat de helpers snel en efficiënt werkten.
    Verder op de Voerweg lagen twee dode meisjes , onderwijzeressen in opleiding van zijn eigen school , aan de kant van de weg , beiden met hun schaatsen nog om de nek.

    STATION EN STATIONSPLEIN
    Aan de andere kant van de stad zag het seinwachtershuisje op het tweede perron van het station er in de stralende zonneschijn uit als een versterkt vogelnest. Een paar maanden daarvoor was het gebouwtje extra beveiligd door zandzakken en oude spoorbielsen rond het huisje op te stapelen. Het zag er al met al solide uit en treindienstleider van Os was er dik tevreden mee.
    Om tien over twaalf had hij een bericht uit het hoofdkantoor van Utrecht gekregen dat hij het sein Lodewijk,een blauwgele vlag, moest uithangen. Dat was een waarschuwing voor machinisten en conducteurs dat er luchtgevaar was.
    Van Os greep de microfoon van de omroepinstallatie : reizigers naar de schuilkelders en personeel melden voor luchtbeschermingstaken. Direct daarop , om 12.14 uur, gingen de sirenes van het luchtalarm loeien. Van Os gaf aan de seinposten in zijn gebied opdracht om alle treinen te stoppen.
    Pas om 13.16 uur kwam het sirenealarm , dat alles weer veilig was en van Os herriep het sein Lodewijk en riep alle reizigers uit de schuilkelders.
    De trein uit Arnhem , die om 13.10 uur in Nijmegen had moeten zijn , zette zich in beweging en zou ongeveer een half uur later bij het tweede perron arriveren .
    Op het eerste perron zuid stond de trein naar Arnhem , die om 13. 35 uur zou vertrekken , gereed . Vanuit zijn post kon van Os zien dat er zich al veel passagiers op het perron hadden verzameld om de trein in te gaan. Het was ongeveer tien minuten na het veiligsignaal. Plotseling hoorde hij een dof gerommel aankomen uit de richting van de binnenstad en in een reflex pakte hij de microfoon en schreeuwde : allen in de schuilkelders , luchtgevaar ! Bijna direct daarop gilden de sirenes en gooide hij zich op de grond .Een geraas van explosies en vallende muren , daarna gillende mensen.
    Hij krabbelde overeind en zag dat overal glassplinters en stukken hout lagen.
    Een bom had een krater vlak naast het seinhuisje geslagen ,de zware bielsen stonden als rietjes verbogen omhoog . Hij keek naar het eerste perron en had de rare gedachte dat de trein dichterbij stond . Hij zag ook dat de trein in brand stond. Op het perron waren mensen bezig om overlevenden uit de trein te halen. Van een grote vrouw stonden de haren in brand die zij wanhopig met haar handtasje probeerde te doven.
    Van Os dwong zich met kracht tot zijn plicht en riep door de microfoon alle personeel naar het eerste perron. Tot zijn verbazing deed de telefoon het ook nog en hij belde Utrecht dat Nijmegen was gebombardeerd en dat geen trein meer naar Nijmegen mocht komen.
    Op dat moment kwam de vertraagde trein uit Arnhem binnen op het tweede perron. Door de omroepinstallatie riep hij allen naar het eerste perron om te helpen. Een dokter meldde zich bij hem en hij liep met hem naar de tunnel tussen het tweede en eerste perron.De dokter besloot direct dat de tunnel eerste opvang van de lichtgewonden moest worden en dat mensen met brandwonden en zwaargewonden zo snel mogelijk naar de ziekenhuizen moesten worden vervoerd.
    Een hulpverlener vertelde van Os dat in de kapotgeschoten en brandende trein vele doden en zwaargewonden lagen . Ook was de trein door de explosies ruim een halve meter verder dan normaal van het perron verwijderd. Vele ongedeerde en
    lichtgewonde passagiers hadden zich door de deels kapotte ramen op het perron willen laten vallen , maar waren meer gewond geraakt door de diepere val die zij maakten.

    Nadat haar verpleegstersdienst van die ochtend erop zat, was Clara na het veiligsignaal snel naar het stationsplein gelopen om de tram naar de binnenstad te nemen. Uit ervaring wist zij dat die altijd propvol zat omdat de winkels in Nijmegen dinsdagochtend gesloten waren en om half twee opengingen. Om vijf minuten voor half twee bereikte zij het tramperronnetje op het plein en zag al veel mensen en ook Duitse soldaten met verlof om de stad in te gaan , in en rondom het dubbele tramstel van lijn een , dat om half twee zou vertrekken .Vlug dook zij de achterste tram in en ging op een nog niet bezette plaats aan het rechterraam zitten. Aan de binnenkant naast haar kwam een puffende dikke man neerploffen.
    Bijna op datzelfde moment gingen de sirenes en was het of de wereld verging. Donderend geraas, de tram schudde , de planken van het middendeel van de tram begaven het en de man naast haar gleed met stoel en al links in een diepe goot die zich met een rode bloedstroom zou vullen . Haar stoel begon ook te glijden en zij greep zich vast aan de raamsluitingen en probeerde uit alle macht op de metalen rand die onderaan het raam vastzit in evenwicht te blijven. Het lukte haar zich over de onderste raamsponning naar buiten te werken en zich op goed geluk te laten vallen.
    Zij kwam terecht op een paar reutelende Duitse soldaten .Tegen de tram en op de treeplank lagen dode mensen.
    Achter de tram langs zag zij dat de kiosk annex tramwachtkamer met alles en iedereen in een gapende krater links van de tram was verdwenen. De passagiers aan de linkerramen zaten stil en dood voorovergezakt. Door de enorme luchtdruk waren hun longen bezweken .
    Anderen waren doorzeefd door de splinterbommem. Geschokt keek zij naar rechts en zag dat de lantaarnpaal daar scheef weggezakt stond en dat een Duitse soldaat zich daaraan met zijn rechterarm vasthield. Toen pas zag zij dat hij zich met moeite op twee bloederige beenstompen overeind hield . Hilfe Mutti riep hij steeds maar weer .
    Op het snel donker wordende plein zag zij een hulpverlener en wees hem de man aan. Meer kon ze niet doen . Ze voelde zich heel leeg . Ze wist nog maar een ding :
    naar huis, naar huis.
    Zoals zoveel moeders in Nijmegen die middag , keek moeder Vuijsters met afgrijzen naar de zwartrode gloed die boven de binnenstad hing. Tot in de avond hield een angstige spanning om haar man en dochters haar in de greep. Haar man werkte op het stadhuis aan de Burchtstraat. Temidden van een bommenregen was hij wonder boven wonder ongedeerd gebleven. Haar dochter Inez zat in de tram richting binnenstad toen een halte daarvan verwijderd, de sirenes klonken. Zij vluchtte naar kennissen bij het Hünerpark en bracht het er zo goed vanaf. Maar haar geluk was pas compleet toen Clara in een bloedrood gekleurde winterjas , die vroeger beige was geweest, het huis binnen strompelde. Zij was de enige ongedeerd gebleven passagier van de trams van lijn een op het stationsplein.
    Heel anders zou de dag voor Margareta verlopen. Om vijf voor twaalf had de baas van het kantoor in de binnenstad, waar zij werkte , haar bij zich geroepen en haar gevraagd twee brieven naar een firma aan het stationsplein te brengen. Tijdens haar wandeling in de stralende zon had zij nog wat nagemijmerd over haar verjaardag van gisteren. 22 jaar was zij geworden. Knap maar wat langer dan het gemiddelde en daardoor was het in oorlogstijd extra moeilijk om goed schoeisel in maat 42 te vinden.
    Daarom was zij haar vader zo intens dankbaar dat zij op maandagochtend bij het ontbijt prachtige schoenen van hem had gekregen .Door een bevriende schoenmaker had hij uit een oude aktetas twee schoenen laten maken. De schoenen hadden een halfhoge hak , waren steenrood gekleurd en met een zwart bandje over de wreef.
    Het mooiste vond zij dat de drukknoopjes op de wreefbandjes dezelfde kleur hadden als de schoenen.
    Door het gebrek aan textiel waren de jurkjes altijd kort.Op deze dinsdagmiddag was het enkele graden boven nul. Maar in haar warme wintermantel met leren handschoenen van voor de oorlog had zij het niet koud vooral omdat de stevige Oostenwind haar als het ware voortdreef naar het plein..En met haar nieuwe schoenen voelde zij zich de koningin te rijk. Om tien over twaalf ging zij het kantoor vlakbij het station binnen en gaf de brieven af aan de boekhouder van de firma die bevriend was met haar eigen baas.
    Net op het moment dat hij haar bedankte, ging het luchtalarm loeien.
    Hij nodigde haar uit voor de lunch ,wat een mooi woord was voor een kopje surrogaatthee en een paar lekkere boterhammen met appelstroop. Zij vertelde uitvoerig over het gezellige verjaarsfeest, dat zij de avond tevoren met haar ouders , haar vier broers en eigen vrienden en vriendinnen had gehad. Er was gezongen en ze hadden kaartspelletjes gedaan. De ramen waren wel verduisterd maar de vele waxinelichtjes hadden een feeërieke uitstraling gehad. Een heerlijke herinnering !
    Het potkacheltje in het bureau verspreidde een zalige behaaglijkheid . De man bood haar een tweede kopje surrogaatthee aan dat zij gretig aannam. Natuurlijk kwam het verloop van de oorlog ook ter sprake. Hij meende dat een invasie in het Westen wel gauw moest komen, nu de Russen in het Oosten duidelijk de overhand leken te krijgen. Zij was het met hem eens.
    Pas om zestien minuten over een kwam het veiligsignaal. Margareta nam snel afscheid want zij wilde naar haar kantoor terug. Zij overwoog de tram naar de binnenstad te nemen. Op weg ernaar toe liep zij bij de kiosk langs en kocht een reep van surrogaatchocolade. Meneer Vilee die zij vaag kende , bedankte zij met een glimlach.
    Zij liep om het gebouwtje heen en keek naar het tramstel. Het was er al druk en de tram zou pas om half twee vertrekken. Bovendien waren er veel Duitse soldaten. Zij besloot snel naar kantoor te lopen. Bij het Oranjehotel stopte een auto met Duitse officieren die haar nadrukkelijk aankeken. Met afkeer liep zij gauw de Spoorstraat in. Zij had nauwelijks vijftig meter gelopen , toen zij vlak voor zich bommenwerpers zag naderen. Zoals zij geleerd had , liet zij zich pardoes op straat vallen , sloeg haar armen om haar hoofd en drukte de duimen in haar oren.Zij hoorde een zwaar gerommel dat overging in een hevige hagelbui. Zij had het gevoel of de grond begon te golven . Zij werd opgenomen en weggesmeten waarbij zij het bewustzijn even verloor. Toen werd zij weer wakker en krabbelde overeind.
    Zij merkte dat haar linkerschoen was verdwenen. Zij zocht even maar die schoen was in geen velden of wegen te bekennen. Verschrikt begon zij snel naar de binnenstad te rennen. Toen zij enkele tientallen meters had gelopen , bleef zij uitgeput staan. Tot haar verbijstering zag zij dat zij weer op het stationsplein was. Zij hoorde gekerm en gegil van mensen en zag dat het Oranjehotel en ook het Victoriahotel in lichterlaaie stonden. Er waren al mannen van de luchtbescherming bezig. Even later kwam de brandweer.
    Achter zich zag zij grote stofwolken vanuit de binnenstad komen. Soms hadden ze een zwarte kern , afdruk van een voltreffer. Het werd donker op het plein. Een van de hulpverleners kwam met een grote zaklantaarn aan op haar toegelopen en vroeg haar of zij mee wilde helpen om gewonden te zoeken . Zonder haar reactie af te wachten, duwde hij een kleine zaklantaarn , die een goed licht gaf , in haar handen en ook een paar wollen handschoenen zonder vingers. Daarmee kunt u goed werken , mevrouw. We gaan alleen gewonden zoeken. De doden lopen niet weg. Margareta stopte haar leren handschoenen in haar mantelzakken en zo begon haar zoektocht die middag. Een bakker kwam doodgemoedereerd met paard en wagen het plein oprijden en begon aan zijn wijk. Huizen die ingestort waren , sloeg hij over . Margareta liep op hem toe en vroeg of hij zijn wagen beschikbaar wilde stellen voor gewondenvervoer. Maar mevrouw, antwoordde hij verwijtend,
    ik moet mijn klanten toch bedienen. De harde stem van een van de hulpverleners bracht hem pas tot de werkelijkheid terug en hij zou een paar uur lang een welkom transport naar de ziekenhuizen verzorgen.Pas op het eind van de middag riep iemand haar toe dat zij een schoen was verloren. Tot dan had zij er niets meer van gemerkt, maar nu voelde zij de pijn. Zij reed een eind met de bakker mee naar huis. Haar moeder was overgelukkig haar weer terug te zien.
    Voorzover warm water aanwezig was , vulden de moeders van Nijmegen die avond de badkuip voor hun verfomfaaide dochters. Het lauwe water bracht een bevrijdende loomheid in hun lichaam en wat vrede in hun geest.

    DE NASLEEP

    voor Nijmegen

    Omwonenden bij de Waalbrug moeten nog jarenlang de herinnering met zich mee hebben gedragen aan het dagenlang voortdurende geratel van de wielen van de houten karren die vanuit het station Lent over de brug via de Sint Canisiussingel , de Oranjesingel en het Keizer Karelplein naar de Graafseweg reden.
    Houten karren met lijkkisten uit allerlei gemeenten .Houten karren met bedruktkijkende mensen die op zoek gingen naar vermiste familieleden .
    Overigens was een vrachtauto van de gemeente Deventer de eerste die al diezelfde dinsdagmiddag met zeventien kisten Nijmegen bereikte, zonder het flauwste vermoeden dat Deventer een paar uur eerder aan een zwaar bombardement was ontsnapt.
    In het veilinggebouw werden in de grote hal de honderden doden
    binnengebracht ter identificatie. Dag en nacht werd hier gewerkt . Om de hulpverleners op de been te houden werden zo nu en dan kleine glaasjes jenever uitgedeeld omdat het door de stank en de gruwelijke beelden anders niet uit te houden was.
    Hier kwamen ook de zoekende familieleden binnen om te proberen uit te zoeken of zij hun vermisten konden identificeren. Het zal nooit duidelijk worden hoeveel slachtoffers het bombardement heeft gekost.Waarschijnlijk rond de 880 doden.
    Twee redenen zijn er waardoor dat nooit geheel zeker zal zijn: familieleden namen hun doden met zich terug om die in eigen dorp of stad te begraven , en men kwam er al snel achter dat door de verschrompeling van de verbrande lijken soms niet viel uit te maken of sprake was van één of twee doden .Zo werden de negentien slachtoffers van modezaak Haspels over zeven kisten verdeeld.
    De Nijmeegse ziekenhuizen waren natuurlijk niet voorbereid op een toevloed van duizenden gewonden. Daarom werden zeventien hulpposten ingericht , waarvan de belangrijkste waren het gebouw van de Twentse Bank en de grote hal van het ertegenover liggende Luxortheater. Er ontstond al snel een voortreffelijke coördinatie tussen artsen van de eigen en omliggende gemeenten ,de Geneeskundige Dienst, het Rode Kruis , EHBO en Luchtbeschermingsdienst. Ziekenhuizen in andere steden werden benaderd voor bloed , morfine , verbandmiddelen , medicijnen en noodbedden.
    Ook de brandweer kampte met vele problemen. Door hulp van achttien gemeenten waren snel 664 brandweerlieden aanwezig met 72 voertuigen en met slangen met een lengte van bijna twintig kilometer. Drie grote autospuiten zogen water uit de Waal en aanjagers zorgden voor het verdelen over het slangennet.Verder werd water uit vijvers gebruikt om het tekort van het eigen onklaar geraakte waternet op te vangen. Daardoor kon al woensdagmiddag het sein "brand meester" worden gegeven. Overal in de stad lagen elektriciteitsleidingen bloot .Het elektriciteitsbedrijf werkte letterlijk onder hoogspanning om alles zo vlug mogelijk gerepareerd te krijgen.
    Het was bijna een wonder dat men in het in die tijd sterk verdeelde Nijmegen erin slaagde overeenstemming te bereiken over een massabegrafenis van de niet-geïdentificeerde en niet afgehaalde lichamen.Een compromis werd bereikt dat de bijzetting zou plaatsvinden op de Algemene Begraafplaats aan de Graafseweg.
    Op zaterdagmiddag 26 februari vindt de massabegrafenis plaats. Met een lijkkoets waarin het lichaam van een der onbekende doden ligt, wordt vanaf het Keizer Karelplein naar de Graafseweg gereden. Het gebeuren maakt grote indruk.
    In doodse stilte staan de mensen rijen dik langs de kant van de weg. Men weet te voorkomen dat de gebeurtenis een propagandafeest voor de Duitsers wordt. Met sobere toespraken wordt de tragiek van 22 februari onderstreept. In totaal 500 doden worden bijgezet.
    Onbevredigend is dat er op de Algemene Begraafplaats nog steeds geen waardig herdenkingsmonument staat.


    DE NASLEEP
    voor de Amerikanen

    Een Nederlander , die in Londen zowel met de RAF als met de Amerikanen op hoog niveau contact had, was woensdagochtend 23 februari op zijn kantoor in het Air Ministry toen hij door een RAF-officier een aantal foto's in zijn hand gedrukt kreeg .
    Daarop waren bombardementen te zien die de Amerikanen de vorige dag hadden uitgevoerd. Hij zag dat het Enschedé , Arnhem en Nijmegen betrof en belde direct zijn contactpersoon bij de Achtste Luchtmacht. Hij vroeg deze luchtmachtkolonel, die de foto's ook had gekregen maar nog niet had bestudeerd, of de bemanningen met het heldere zicht en de duidelijk te herkennen rivieren IJssel , Rijn en Waal , eigenlijk nog wel wisten wat zij deden. De kolonel beloofde zijn superieuren direct in te lichten. Zo begon daar op divisieniveau het balletje te rollen.
    De Amerikanen namen de zaak terecht hoog op en de 23e februari werd besteed aan het verhoren van alle betrokken bemanningsleden en briefingofficieren. Allen moesten een schriftelijke verklaring opstellen en op rond daarvan kregen ruim 200 een schriftelijke reprimande in hun persoonlijke dossier.De luchtmacht scherpte de instructies aan . Alleen op 1 april 1944 vond nog een vergissingsbombardement plaats toen de stad Schaffhausen in Zwitserland (!) werd aangevallen.

    Hoe was het overigens de 3e luchtmachtdivisie vergaan ? Onder leiding van Curtis LeMay , de uitvinder van de Combat Box himself , was zijn divisie van 333 vliegtuigen op weg gegaan naar Duitsland en had na de recall van 12.25 uur direct een korte bocht gemaakt naar de zuidelijke zoom van de Veluwe .
    Vandaar was men in formatie bij het eiland Schouwen aangekomen en had koers gezet naar het derde radiobaken waar de divisie zich in wings had verdeeld . Vervolgens hadden de wings zich boven het tweede radiobaken in groepen opgesplitst en deze groepen boven het eerste baken in secties die elk hun eigen weg naar hun respectieve vliegvelden hadden vervolgd. Er waren ongelukken gebeurd en er waren twee toestellen door toedoen van Duitse jagers verloren gegaan, maar men had de discipline bewaard en zijn bommen mee thuis gebracht. De 23e februari was , zoals gezegd , door de luchtmacht gebruikt voor de verhoren van diegenen die bij de vergissingsbombardementen betrokken waren maar op de 24e februari had het grootste deel van de derde divisie en enkele onderdelen van de tweede wederom koers gezet naar Gotha.
    Het vliegweer was goed, de missie ging vlekkeloos en de Messerschmitt-fabrieken werden totaal vernield. De Big Week had uiteindelijk succes opgeleverd. De ruggegraat van de Duitse luchtmacht was gebroken . Boven West-Europa verschenen steeds minder Duitse jagers. De RAF kon nu ook overdag bombardementsvluchten uitvoeren. De enkele Duitse vliegtuigen konden niets ontdekken van de enorme voorbereidingen van de grootste invasie ooit. Op de invasiedag zelf vlogen enkele Duitse jagers rond tegenover de 10.000 vliegtuigen die het gevormde bruggehoofd tot een succes maakten door de aanvoerlijnen van de Duitsers consequent en succesvol te bestoken en te vernietigen . Op een gegeven moment had men zoveel materieel en personeel in het bruggehoofd samengebald dat een uitbraak mogelijk werd en de Blitzkrieg zich in omgekeerde richting voltrok.
    Nog geen zeven maanden na het verwoestende bombardement zouden er Amerikanen en Britten in Nijmegen zijn.

    Frans Jeager, Waddinxveen
  • de_brug_nijmeg de_brug_nijmeg 13 februari 2009, 14:12:02

    ‘Hij begon zomaar in het rond te schieten’
    "Na het verlaten van de school op het Kelfkensbos, gingen wij met klasgenoten en andere jongens naar de overkant. Wij stonden op de hoek van de Voerweg-Kelfkensbos, daar hoorden wij de vliegtuigen en in de helderblauwe lucht zagen wij kleine stippen met witte strepen erachter. Enkele jongens riepen: 'Daar heb je de Tommies'. Op dat moment ben ik naar huis gerend in de Van Welderenstraat. Mijn ouders hadden steeds tegen ons gezegd, bij iets vreemds, ren naar huis. Daar aangekomen liep ik de trap op en mijn broer kwam vlak achter mij aan. Wij gingen voor het raam naar buiten kijken en op dat moment klonk een oorverdovend lawaai. Ik zag op de hoek van de Brachtstraat- van Welderenstraat een politieagent die van zijn fiets werd afgeblazen. Bij het opstaan pakte hij zijn pistool en begon zomaar in het rond te schieten. Nadat de ergste herrie voorbij was, zag ik allemaal huilende moeders met kinderen, en mannen met bebloede gezichten. Iedereen wilde de stad uit. Het was een verschrikkelijk gezicht. Later die avond kwam mijn vader thuis, hij werkte in Kleef en had gehoord dat de binnenstad in brand stond. Ik zie hem nog binnenstormen met grote ogen en huilend toen hij ons alle drie veilig binnen zag. Later die avond zijn we gaan kijken op de hoek Vlaamsegas-Molenstraat en we zagen dat de hele binnenstad een grote vuurzee was. Van de jongens die met mij op de hoek van de Voerweg-Kelfkensbos stonden, zijn er veel omgekomen en ook gewond."

    Jo Janssen (75), BEUNINGEN
  • de_brug_nijmeg de_brug_nijmeg 13 februari 2009, 14:10:48

    ‘Een wonder dat alle leerlingen
    gespaard bleven’
    Ik was toen leerlinge in de vierde klas HBS aan het Mater Dei Lyceum. Mater Dei was de school boven aan de Berg en Dalseweg wat nu het Canisius College is. Ik was 17 jaar. Doordat onze school in beslag was genomen door de Duitsers, waren enkele klassen van onze school ingekwartierd in de universiteitsbibliotheek. Op deze dag kregen we zomaar vanaf 14.00 uur een vrije middag, niet wetende dat enige tijd daarna de hele binnenstad werd gebombardeerd. Een wonder dat alle leerlingen gespaard
    beven.
    Mevrouw Hoes Otten, BEEK-UBBERGEN

U bent niet ingelogd. U kunt uw reactie plaatsten door uw gegevens in te vullen in het onderstaande formulier.



* *
Beantwoord controlevraag*

Nooit meer de controlevraag beantwoorden?
Meld je aan of Log in.

Overig nieuws uit De Brug Nijmegen

» meer nieuws

Digikrant

archief

Uw regio

Verkeer

Gemeente van het jaar

Shop

Shop

Spaan

Columns Henk Spaan

Arjen Kookt

Arjen Kookt

Sport

Sport

Wonen

Wonen

Auto

Auto

Werken

Werken

Mensenlinq

Mensenlinq

Deweekkrant.nl op uw mobiel? Klik hier.