De jongeren van nu zal het een worst wezen hoe de 'kop van Lombok' eruit zag vóór het langdurig een braakliggend terrein werd. Hoewel nog lang niet bejaard, weet ik het nog als de dag van gisteren.
Op de hoek Damstraat/Kanaalstraat bevond zich een café, City Bar. Mijn opa en oma woonden in het bovenhuis boven het café. Dus altijd hing er een weeïge lucht van alcohol en rook.
Mijn oma heb ik nooit gezond gekend. Zij had een hersenbloeding gehad en zat altijd in een postoel voor het raam, uitkijkend over de Damstraat/Kanaalstraat, spieddend in haar 'spionnetje'.
Soms zwaaide ze naar de overkant, naar de mensen die juwelier Marsman in en uit liepen. Vaak huilde ze dan ook. Als kind vond ik dat zo raar: ze wist het verschil niet meer tussen huilen en lachen.
Nadat oma gestorven was, fietste ik als puber vaak naar mijn opa. Sinds hij alleen woonde, was er een geur in het huis bijgekomen: die van overgekookte melk. Maar die geur werd weer een beetje teniet gedaan als ik vis van Vos voor hem meenam.
En natuurlijk keek ik altijd uit naar 'de Lombokweek'. Oliebollen eten en naar de kermis...
Er zal nu een moskee verrijzen op de plek waar vroeger mijn opa en oma woonden... Nee, ik zeg niet 'die goeie ouwe tijd', maar af en toe eens stilstaan bij de sfeer van toen kan toch geen kwaad?