De optocht in Apeldoorn moest het leven van oud-koningin Juliana uitbeelden. Daarom reden er oorspronkelijke rijtuigen, stoomauto’s en bakkerskarren mee.
De elf provincies waren vertegenwoordigd door rijtuigen die werden bereden en begeleid door mensen in oude klederdrachten.
De Tweede Wereldoorlog mocht niet ontbreken. We zagen de eeuwige oude jeeps en de ‘48th Highlanders’, een, gek genoeg, pas in 1991 als teken van herinnering aan de Canadese bevrijders, opgerichte drumband.
Een van de partners van de Stichting Koninklijk Apeldoorn, de organisator van de optocht, is de Vereniging voor Militaire Living History. De leden houden zich bijvoorbeeld bezig met het “aanmaken van een kampvuur met behulp van een vuursteen en vuurstaal, maar ook het uitvoeren van militaire marsformaties volgens de reglementen uit de betreffende periode”.
Of de leden in de optocht hebben gemarcheerd, weet ik niet. Misschien waren ze elders bezig met “het verzamelen van brandhout voor het vuur, het ophalen van drinkwater, oefenen met zwaarden en vuurwapens en met de hele eenheid deelnemen aan gevechten”, ook activiteiten die door de Vereniging vol enthousiasme worden beoefend.
Je zou kunnen zeggen dat de optocht van Apeldoorn een metafoor was voor een tijd die achter ons ligt. En nu we toch in metaforen spreken: het moorddadige zwarte autootje verbeeldde de moderne tijd die met alle geweld van dien zijn plaats opeiste.
Het moderniseren van Koninginnedag zou geen kwaad kunnen. Het hele fenomeen ‘optocht’ is even gedateerd als paarden in de oorlog. Zet eens een paar ramen open, laat een frisse voorjaarswind waaien door dit gebouw van stoffige rituelen. Je kunt moeilijk oude ambachten de schuld geven van een aanslag, maar in zo’n sfeer van gemoedelijke oubolligheid blijft het misverstand gemakkelijker bestaan dat het woord van een veldwachter wet is.
Wie naar een voetbalwedstrijd gaat, moet zijn persoonlijke toegangsbewijs door een scanner halen.Tassen worden op inhoud gecontroleerd. Niemand kijkt er van op. Een eigentijdse viering van Koninginnedag kan op een eigentijdse manier worden beveiligd. Dranghekken mogen naar het Openluchtmuseum.
De gedachte dat de dodenrit van de zwarte Suzuki een 'positief' neveneffect zou kunnen hebben ('weg met de Hollandse oubolligheid'), was nog niet bij me opgekomen. Maar waarschijnlijk behoor ik tot degenen die volgens de heer Henk Spaan in het verleden leven.