Tel Aviv. Israël heeft „volledige controle” over watervoorzieningen op de bezette Westelijke Jordaanoever en andere voorraden die het moet delen met de Palestijnen. Daardoor moeten Palestijnen per dag leven van gemiddeld 70 liter water, tegen gemiddeld 300 liter voor een Israëliër.
Amnesty International schrijft dit in een gisteren (27 okt 2009) verschenen rapport. Eerder had ook de Wereldbank forse kritiek op de verdeling van schoon drinkwater. De meeste regen die op de bezette Westelijke Jordaanoever valt, 80 procent, wordt afgetapt door Israël.
Ook gebruikt Israël de rivier de Jordaan en het Meer van Tiberias als bron van drinkwater. Omdat Israëlische waterinstallaties steeds dieper graven, drogen Palestijnse bronnen op. Vaak kopen Palestijnen het op de Westoever gepompte water weer terug van Israël.
Met name in de Jordaanvallei wonen Palestijnen die het met twintig liter per dag moeten doen, aldus Amnesty.
Joodse kolonisten op de Westoever daarentegen hebben niet alleen ruim voldoende drinkwater, maar ook water voor zwembaden en irrigatiekanalen voor akkerbouw of tuinen.
De situatie in de Gazastrook is volgens Amnesty nog ernstiger. De Israëlische blokkade van het gebied heeft de laatste jaren gezorgd voor een groot gebrek aan drinkwater. Hier heeft de situatie volgens Rovera een „crisispunt” bereikt.