Meestal is het niet moeilijk je mening over een kwestie te bepalen.
Ik vind bijvoorbeeld dat de AOW leeftijd omhoog kan. Zelf huiver ik bij de gedachte met pensioen te moeten gaan. Ik werk liever totdat ik er bij neerval, dan te verpieteren achter een rijtje grauwe potplanten. Mensen die willen stoppen op hun 65e gaan hun gang maar. Er zijn er genoeg die het kunnen opvangen.
Maar een mening over de zaak Polanski, de filmregisseur die meer dan dertig jaar geleden de liefde bedreef met een meisje van 13? Voor zover je hier het woord liefde al mocht gebruiken. Deze week las ik een New Yorkse roman waarin de vrouwelijke hoofdpersoon steeds zegt ‘in lust’ te zijn, in plaats van ‘in love’. Polanski was toen ongetwijfeld meer in lust dan in love.
En toch liepen Zwitserse filmregisseurs te hoop tegen de arrestatie van hun collega en was ik het met hen eens. Het was de straatjongens reflex in ons: een oude weerzin tegen alles wat een politiepet draagt. Daarna kwamen ‘Franse intellectuelen’ in het geweer. Zo onder de indruk was ik van het fenomeen ‘Franse intellectueel’, een deskundige op filosofisch en politiek gebied met een brilletje zonder randen op, dat ik vergat dat Franse intellectuelen nog pro Mao waren toen de Chinese massamoordenaar zelf allang dood was. Een Amerikaanse jurist schreef dat justitie Polanski zo lang met rust had gelaten, dat de rechtvaardigheid gebood hem niet nu, dertig jaar na dato, nog eens op te pakken.
Maar het gekke was dat meisjes en vrouwen geen twijfel kenden: de viespeuk moest brommen. Voor hen stond dat als een paal boven water.
Omdat ik alle reden heb vrouwen serieus te nemen, ben ik overstag gegaan. Polanski mag uit een Pools getto zijn ontsnapt, zijn moeder in Auschwitz vermoord, zijn vrouw en ongeboren kind door een psychopaat zijn afgeslacht, hij zal een groot regisseur zijn, dit alles neemt niet weg dat hij van het kind had moeten afblijven. Van mij hoeft hij de bak niet in, maar een veroordeling is op zijn plaats. Tot zover de evolutie van een opinie.
Ik kan heel goed begrijpen dat jij huivert om met pensioen te gaan want hetgeen jij voor werk verslijt is een bezigheid waarmee je op je gemak de oudste inwoner van Nederland zo niet van Europa kan worden.
Ik zou je willen voorstellen om eens een weekje met een stratenmaker of grondwerker mee te werken, als je dan na een week of zes weer rechtop kan staan praten we weer eens verder.
Als ik jou was zou ik voorlopig maar eens over paarden denken en dan vooral aan de onderkant misschien herken je er wel iets van jezelf.
En wat het achter de grauwe potplanten zitten betreft, waar denk je dat al die vrijwilligers vandaan komen? Zeker niet uit die groep waar jij en consorten zich toe rekenen.