Afgelopen week heb ik een nieuwe ontdekking gedaan. Het begon allemaal op dinsdag. Dinsdag in de lunchpauze ging ik met een aantal collega een rondje rennen. De zon scheen lekker op de sneeuw, waardoor het aangenaam warm aanvoelde. Maar in het bos, in de schaduw van de bomen, was het nog gemeen koud. Daar miste ik dan ook wel mijn muts en handschoenen, waardoor ik de volgende dag verkouden wakker werd. Donderdag was de verkoudheid veranderd in een loopneus en moest er weer getraind worden. Want weer of geen weer, loopneus of geen loopneus er moet toch getraind worden.
Deze keer, goed aangekleed met muts en handschoenen, ging ik naar buiten. Qua rennen ben ik vaak een soort van diesel, de eerste paar minuten duren het langst en ik kom maar niet op gang, maar als ik een paar minuten bezig ben vliegt de tijd voorbij en loop voor ik het weet een aantal kilometers. Donderdag werd het naar mate de tijd verstreek nog mooier, want na een paar minuten hield mijn loopneus op!. Dus heb je een loopneus en ben je hem zat, ga dan een rondje rennen.