De tweede trainingsweek was een week waarbij het type loopweer overging van koud en sneeuw naar koud en nat. Vooral de dinsdag regende het de hele dag. Na een nat pak gehaald te hebben op de fiets uit het werk, vol goede moed de trainingskleren aangetrokken en gestart met de Lange Langzame Duurloop van 80 minuten. Zweetvorming in het gezicht was niet mogelijk, aangezien dit door de regen vlotjes werd weggespoeld. Ik moet toegeven, lopen in de regen is eigenlijk best lekker in tegenstelling tot de fietsrit uit het werk. Helaas had ik de afstand wat verkeerd ingeschat waardoor ik me moest haasten om op tijd aanwezig te zijn voor mijn squashpartij aansluitend aan deze training. Hierdoor was het laatste stuk van de 80 minuten eerder een sprint dan langzaam lopen. Na mijn zaalvoetbalwedstrijd op donderdag was zaterdag de door ons Roparun team georganiseerde loopband en spinning marathon (zie voor verslag en opbrengst: www.roparun-diak.nl). Ik had mezelf aangemeld voor een uur hardlopen, wat op zichzelf geen probleem mag zijn. Een feest op de vrijdagavond werd zo gezellig dat de thuiskomst pas in de vroege zaterdag ochtend viel. De start op de loopband viel me zwaar, maar na enkele minuten was de vermoeidheid verdwenen en liep ik vlotjes 65 minuten uit. De terugslag kreeg ik zondagochtend. Daar waar ik normaal een uurtje ga spinnen, kon het vermoeide lijf het niet opbrengen om naar de sportschool te gaan, en werd een uitnodiging door vrienden om het Universiteitsmuseum in Utrecht te gaan bezoeken met de gezinnen ruimhartig met beide handen aangegrepen als excuus om niet te hoeven sporten. Komende week staat in het schema een relatieve rustweek gepland, ik ben alvast gestart.