Deze week stond voor mij in het teken van een hele belangrijke wedstrijd die ik ga spelen met mijn rugbyteam. Eigenlijk staan alle weken in het teken van de ene wedstrijd. We kunnen promoveren van de eerste klasse naar de ere klasse, maar dan moeten we wel kampioen worden van onze klasse. Omdat we alle wedstrijden (op een na) gewonnen hebben, zitten we nog in de race voor het kampioenschap. Zondag spelen we tegen het team dat ons in de uit- wedstrijd verslagen heeft. We willen ze een koekje van eigen deeg geven en trainen de laatste maanden keihard. Niet alleen op het veld maar ook in de fitnessruimte onder ons clubhuis. Al weken droom ik rugby, eet ik rugby en denk ik rugby, want WE MOETEN WINNEN! Wat heeft al dit rugbygeneuzel met rennen te maken? Eigenlijk geen drol! Want door al dat trainen zit ik vaker in de rugbyschoenen dan in mijn hardlopers. Toch ben ik wel op de goede weg voor de tien kilometer hoor. Als ik train op het veld ren ik zo wat een hele marathon. En dat zo’n drie tot vier keer in de week! Ik zeg: “Renate W, eat your hart out, doe me dat maar eens na!”