U bent hier: Home » Delftse Post » Nieuws » Welvaart is niet vanzelfsprekend
Delftse Post
|
Je gaat ons verlaten. Hoe voelt dat?
“Ik ga met pijn in het hart maar zonder spijt. Je moet oppassen dat je niet na elf jaar dingen op de automatische piloot gaat doen. Weer kerst, weer Pasen. Het is gewoon tijd voor iets anders. Maar ik zal de mensen zeker missen. De vrijwilligers, de Delftenaren op straat, in de politiek. Ik heb geen vijanden in Delft. Ik ben er voor de mensen en dat wordt gewaardeerd.”
Franciscanen geven zich volledig voor de medemens. Zoals Franciscus zich ontfermde over de melaatsen, zo ontferm jij je over de zwakkeren in onze stad. Wat trof je aan toen je hier kwam?
“Ik woonde in Brussel en zou naar Delft gaan om hier pastoraal werk te gaan doen. Maar toen ik voor het eerst op de Beestenmarkt kwam en het draaiorgel zag, dacht ik: ‘Dit lijkt wel een tweede Wassenaar; wat moet ik hier!?’ Maar toen ik eenmaal begon met mijn werk en de kans kreeg om achter voordeuren te kijken, heb ik een heleboel ellende ontdekt.
In de eerste periode heb ik me met hulp van mensen om me heen vooral druk bezig gehouden met het tekenen van een sociale landkaart van Delft. Dat doe je door heel veel mensen aan te spreken. Gewoon een gesprek aanknopen en goed luisteren. Ik doe dat nu in Veghel ook al. Dan loop ik een cafeetje binnen en stel aan allerlei mensen vragen. Op die manier ben ik er in Delft achter gekomen dat er heel veel werk lag. Daklozen, verslaafden, andere vormen van armoede. Het is er allemaal en het wordt door de huidige crisis alleen maar erger. Daar moet iets aan worden gedaan!”
Als ik me niet vergis heb je jaren geleden een begin gemaakt met de daklozenviering in de Maria van Jessekapel. Dat zal me onder de gelovigen een klap hebben gegeven...?
“Haha, dat mag je wel zeggen. Vergeet niet dat je het hebt over een middenstandsparochie. Die mensen kijken natuurlijk een beetje vreemd tegen daklozen en verslaafden aan. Maar ik heb altijd gesteld dat in ieder mens spiritualiteit zit, dus ook in mensen die geen dak boven hun hoofd hebben of die verslaafd zijn. Daarom heb ik in 2003 de eerste daklozenviering georganiseerd. Niet om die hele groep katholiek te maken, maar om ze wat vertier te bieden. En weet je, heel veel mensen zagen al snel in dat er niets engs aan is. Het is gewoon de kunst om je voor je medemens open te stellen. Inmiddels is het heel gewoon.”
Maar die angst van ‘gewone’ mensen is toch wel te begrijpen. Ik bedoel, er wandelt niet elke dag een groep daklozen je oude vertrouwde kerk binnen...
“Natuurlijk begrijp ik dat. Niet iedereen is natuurlijk ook koosjer. Maar daarom is het juist heel belangrijk om het verhaal van mensen te kennen. Praat met ze in plaats van ze buiten te sluiten. En geef ze richting in plaats van ze dingen op te dringen. Ik ben geen politieagent en geen sociaal werker. Vanuit die kant krijgen mensen dingen min of meer opgelegd. Ik doe dat niet. Ik probeer vertrouwen te winnen en te laten merken dat ik problemen serieus neem.
In het begin is bijna iedereen een beetje kopschuw, maar gaandeweg groeit er iets. Dan ervaar ik zoiets van: ‘Verdomd, hij meent wat hij zegt!’ En als mensen eenmaal in de gaten hebben dat je geen spel speelt, maar eerlijk bent, kun je bepaald gedrag corrigeren. Niet dat het overigens altijd lukt, hoor. Hoeft ook niet. Als iemand ervoor kiest om een ander leven te gaan leiden is dat mooi. Willen ze dat niet? Ook goed.”
Als ik jou rond zie lopen - met of zonder je habijt - dan heb ik altijd iets van: ‘Vriend, jij kijkt me net iets te vrolijk voor iemand die met zoveel ellende te maken heeft.’ Ik bedoel: je lijdt er niet zichtbaar onder...
“Nee joh, het is juist prachtig werk. Ik wilde al heel jong priester worden. In de jaren zestig zag ik het rijke Roomse leven en ik zag ook de Franciscaner broeders met hun sigaren in hun kap. Prachtig vond ik het. Ik ben naar een klein seminarie gegaan voor het mooie, maar dat was achteraf gezien om de verkeerde reden.
Toen ik later bij de HEMA werkte dacht ik: ‘Wat heb ik tot nu toe gedaan en wat wil ik nog?’ Ik zag toen op televisie een programma over zogenaamde ‘korte termijn Franciscanen’. Dat leek me een ideale mogelijkheid om te zien of dat werk iets voor mij was. Ik heb bij de HEMA een sabbatical geregeld en kwam bij de broeders in Heerlen terecht. Daar kwamen heel wat verslaafde daklozen aankloppen. Dankzij de combinatie van mijn theologiestudie en het diakonaal werk heb ik daar ontdekt dat daklozen ook mensen zijn. Toen ik de eerste keer met zo iemand moest praten deed ik dat met lood in mijn schoenen. Maar toen ik na een jaar weg ging kostte dat moeite. Inmiddels weet ik dat dit werk enorm veel energie geeft...”
Dat klinkt alsof God meekijkt...
“God en Jezus - die ik volg - geven me kracht. Ik kom God tegen in de mensen die ik spreek. Als ik een praatje aanknoop met een dakloze die op een bankje een broodje zit te eten, heb je enig idee hoeveel energie zo’n gesprek me dan geeft? En nee, het is niet onmogelijk om mensen hun verhaal te laten vertellen. Ook niet als ze in de ellende zitten. Alleen moet je natuurlijk niet beginnen met ‘Goh, jij ziet eruit als iemand die een groot probleem heeft…’ Ik vraag altijd: ‘Hoe gaat het nu met u?’ Dat is een open vraag, waarmee mensen wel of niet iets kunnen. Nooit forceren, mensen zelf laten nadenken over hun situatie.”
Die situatie is vaak niet best. Neem de voedselbank...
“Ja, die hebben we sinds 2004 in Delft en eigenlijk is dat een schande. Maar het bleek nodig te zijn. Toen ik er met dominee Kees Maas aan begon, hadden we zeven pakketten per week. Nu zijn dat er 220. Steeds meer mensen raken in financiële problemen, die vaak door schaamte nog eens erger worden. Stel je voor: een alleenstaande moeder die weinig inkomen heeft en bovendien moeite heeft met de taal. Die stopt op een gegeven moment met het openen van de post en betaalt dus geen rekeningen meer. Dan heb je razendsnel een groot probleem. Het is inderdaad vaak een zaak van je leven kunnen organiseren en daar is niet iedereen even goed in. Wij proberen mensen de weg te wijzen en zo weer op eigen benen te laten staan.”
Wat is in dat kader de ‘nonfoodbank’?
“Dat is een logisch vervolg op de voedselbank. Mensen met een laag inkomen hebben vaak ook nauwelijks meubelen, geen televisie of computer. Ook daar proberen we ze aan te helpen. En dan zeggen sommige mensen wel: ‘Ach, waarom moet een arm iemand nou zo nodig een computer hebben?’ maar dan word ik giftig! Waarom zou zo iemand geen computer mogen hebben? Onzin! Als je me vraagt of ik ooit boos word, dan is het om dat soort opmerkingen!
Mensen hebben de neiging om te oordelen vanuit hun eigen geregelde leventje. Dan krijg ik opmerkingen als ‘Ze komen hun uitkering in een cabriolet halen’. Ja dag! Natuurlijk word ook ik belazerd, dat is nou eenmaal zo. Maar ik weet zeker dat tachtig procent van de gevallen gewoon echt is. Ik zeg dan: ‘Als je denkt dat al die mensen de zaak voor de gek houden, loop dan gewoon eens een dagje mee...”
Je hebt het wel eens gehad over het fenomeen ‘Kerk met Stip’. Wat houdt dat in?
“Kortgezegd: de opvang van ex-gedetineerden. Dat ligt deels in het verlengde van de nonfoodbank. Als iemand in de gevangenis heeft gezeten, heeft hij vaak niets meer. En als je niets hebt, val je heel snel terug in je oude gewoonten. Die mensen moeten dus ook geholpen worden. Ik weet dat dat voor veel mensen niet lekker klinkt want niemand wil iets met ex-gedetineerden te maken hebben. Maar ik heb geleerd niet te oordelen. Nooit op de stoel van God te gaan zitten. Natuurlijk vind ik dat misdaad bestraft moet worden. Dat is vanzelfsprekend en ik zeg dat ook gewoon tegen gedetineerden die ik in de gevangenis bezoek.
Maar als een straf erop zit, is het klaar. Dan moet die persoon weer in de maatschappij mee kunnen draaien. En niet, zoals helaas heel vaak gebeurt, na een paar maanden rondzwerven weer in de problemen komen omdat niemand zich iets van hem of haar aantrekt. Die scene waarin ze hun fouten begaan is voor hen een veilige plek. Daar moeten ze uit weg blijven. Maar dan moet je er als maatschappij wel iets tegenover stellen. En o ja, dat rare idee dat de gevangenis in ons land een 5 sterren hotel is? Vergeet het maar. Ik kom er geregeld en steeds weer geven die tralies me een benauwd gevoel. Maar soms is het ook lachen. Dan roept opeens iemand: ‘He pater, u ook hier? Wat heeft u gedaan?’
Doe je ook iets in de sfeer van preventie?
“Zeker. We hebben nog niet zo lang een jongerengroep: M25, genoemd naar Matteüs. Hij zei: ‘Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op’. Volgens dat principe laten we jongeren tussen de 14 en 17 jaar nadenken over het leven. Ze helpen bij de daklozenviering, doen vrijwilligerswerk in ouderencentrum Stefanna en ondersteunen bij KIWI-projecten voor mensen met een verstandelijke handicap. Dat is ook een soort preventie. Ze zien wat je in het leven allemaal kan overkomen. Hoe je dingen maar beter niet kunt doen.
Maar ook krijgen ze te maken met de zorg voor andere mensen. En het confronteren met ‘probleemgevallen’ haalt ook nog de vrees weg. Ik zeg jongeren altijd: ‘Denk vooral niet dat welvaart en een probleemloos leven vanzelfsprekend zijn. Het is maar net in welk huis je wieg heeft gestaan’. Eigenlijk net zoals Franciscus zich realiseerde dat hij net zo goed de melaatse had kunnen zijn in plaats van de welgestelde op het paard.”
Behoor jij tot een uitstervende soort? De kerk doet het niet zo goed de laatste jaren...
“Ik ben heel optimistisch over de toekomst van de kerk. Hij is toch het middelpunt van de samenleving als er iets ernstigs gebeurt. Wordt er een meisje vermoord in Dordrecht, dan zoeken de mensen elkaar in de kerk op. Net zoals destijds na die ramp in Volendam. Persoonlijk kan ik ook nog steeds behoorlijk geraakt worden. Ik heb niet zo lang geleden een nieuw graf voor een overleden meisje ingezegend. Dan spreek je troostende woorden, worden er ballonnen opgelaten en vliegen er witte duiven. Ik doe dat wel uit hoofde van de kerk maar ik zie het absoluut niet als werk. Het is gewoon betrokkenheid. Dat hebben we als kerk toch maar mooi in huis.
Ik vergeet ook nooit die keer dat ik een man de ziekenzegening mocht geven op zijn sterfbed. Toen ik daar was proefde ik God. Het was ook helemaal geen droevige bijeenkomst; die man was er klaar voor en genoot van het moment. En ik voelde dat ik gedragen werd. Op zo’n moment denk ik: ‘Wie ben ik dat ik dit prachtige werk mag doen...?’
Tot slot. Jij bent er altijd voor anderen. En als jij zelf nu eens een probleem hebt...?
“Dan ga ik naar mijn persoonlijke pastor in Valkenburg. Hij is mijn supervisor en kent me heel goed. En natuurlijk heb ik ook mijn vrienden bij wie ik terecht kan met emoties. Natuurlijk heb ik die af en toe. Toen mijn moeder overleed heb ik het daar bijvoorbeeld heel moeilijk mee gehad. Ik heb gelukkig wel zelf haar uitvaart mogen leiden. Dat was heel waardevol voor me. Ik had een uitstekende band met mijn moeder. Toen laatst iemand zei ‘Jammer dat Hans z’n moeder straks niet bij zijn afscheid kan zijn’ voelde ik wel een traantje opkomen. Ik ben tenslotte ook maar gewoon een mens...”
| » meer nieuws |
Doe mee en win! De laatste Klik & Win acties van dé Weekkrant.
Win een luxe wijnpakket van Slijterij van Baal Raadplaatje Zaterdagnachtclub met Buscemi Shantel & Bucovina Club Orkestar Win kaartjes voor Mary Davis Jr.