We hobbelen langzaamaan richting Maart. Langere dagen betekent ook weer lopen aan het begin van de avond met de zon steeds nadrukkelijker aanwezig.
Weg is de gladheid en met een groenere omgeving als aanblik lopen de kilometers makkelijker weg. Al mijmerend loop ik zo dinsdag tegen de avond een langzame duurloop van rond de 25 minuten rondom de Cothense kern. De blik is weer vooruit en ik vergeet maar snel de afgelopen weken. De komende vijf weken zijn dan ook hard nodig om de opbouw naar de 10km te volbrengen. Donderdagochtend maak ik wederom hetzelfde rondje om Cothen met goede benen. De afsluitende loop in de maand februari vindt plaats in het Amerongse bos. Met een fartlek training pak ik voor het eerst in 4 weken weer een versnelling op. In groepjes van twee lopen we in een 400 meter rondje elkaar tegemoet en bij het passeren schakelen we tussen joggen en hard(er)lopen. Dat deze dag meer een herfstkarakter heeft dan voorjaar doet niets af aan weer een prettige intervaltraining. Met een vermoeide doch tevreden blik zetel ik me uiteindelijk in de kantine op een stoel met een warme kop koffie.