Zenderstreeknieuws Montfoort/Oudewater
|
De in 1861 geboren Marius was zoon van Jan van t Kruijs, organist, muziekleraar, beiaardier en koordirigent in Oudewater. Muziekleraar zal hij thuis geweest zijn, maar ook deels in de grote of Sint Michaelskerk, waar hij de rest van zijn betrekkingen uitoefende. Vader van t Kruijs moet een invloedrijk man geweest zijn, maar was toch niet overgelukkig in Oudewater, getuige het feit dat hij in 1865 solliciteerde in Brielle. Daar werd hij niet aangenomen, maar Den Briel zou nog een rolletje spelen in het leven van zoon Marius.
Die Marius was nog maar vijf toen hij al in het openbaar concertjes gaf. In Oudewater en directe omgeving, naar we mogen aannemen, maar veel daarvan is niet bekend. Hij zal de eerste muzikale beginselen bijgebracht hebben gekregen van zijn vader. Later studeerde hij muziek aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en als 23-jarige volgde hij Samuel de Lange op organist van de Rotterdamse Sint Laurenskerk. En in het Nederlandse muziekleven van het einde van de negentiende eeuw was een dergelijke positie vrijwel het hoogst haalbare.
Muziek, en zeker de serieuze, was buiten de kerk nauwelijks populair. Er waren in de grote steden wel orkesten, maar bekend is de uitspraak van Brahms, die na een tournee door ons land opmerkte alleen nog terug te zullen komen om goed te eten. Met andere woorden de muziekbeoefening was van bedroevende kwaliteit.
In dat klimaat ontwikkelde Van t Kruijs zich niet alleen als organist en koordirigent, maar ook als componist. Hij schreef orgelmuziek en vocale werken. Voor die laatste gebruikte hij Nederlandse teksten en ook voor zijn eerste opera De Bloem van IJsland gebruikte hij een libretto in het Nederlands. Het stuk werd uitgevoerd door het Hollandsch Opera-Gezelschap van Cornelis van der Linden en de beroemde alt Cornélie van Zanten zong een van de hoofdrollen.
Van t Kruijs tweede operaproject werd echter een enorme teleurstelling voor de componist . Hij boog zich, samen met schrijven Johan Been, die furore had gemaakt met zijn jongensboek Paddeltje, over een grote vaderlandse opera: De Watergeuzen. Ook deze opera zou in door het gezelschap van Van der Linden worden opgevoerd, maar voor het zover was, ging dit failliet. Daar ging de zuiver Nederlandsche opera ten onder voor ze ook maar éénmaal had geklonken. Er waren nog even plannen om het stuk in Den Haag door de Fransche Opera en dan in het Frans te laten uitvoeren. Dat idee kwam nooit van de grond.
Van t Kruijs had intussen ook andere teleurstellingen moeten slikken. Hij was in 1897 dirigent geworden van het orkest De Harmonie in Groningen, de stad waar hij ook directeur van de muziekschool was. In het Noorden maakte hij zich niet bemind en in 1905 liepen de conflicten zo hoog op, dat zijn contract niet werd verlengd.
Hij vestigde zich in Den Haag, waar hij in hoog tempo componeerde.
Tot zijn succesnummers behoorden een De Ruyter Cantate, geschreven ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de Koninklijke Nederlandsche Zang School in Den Haag. Dat stuk leverde hem een Koninklijke onderscheiding op, maar niet de eeuwige roem. Teleurgesteld over het Nederlandse muziekklimaat vertrok hij in 1911 naar Montreux, acht jaar later overleed hij in Lausanne.
Veel succes bracht dat Zwitserse verblijf hem niet. In een periode waarin de muziek van Mahler, Schönberg en Richard Strauss furore maakte, waren de werken van Van t Kruijs, hoe vaardig ook geschreven, gewoon ouderwets. Het koor dat in zijn geboortestad naar hem werd vernoemd, was achteraf maar een schamele troost. Maar zou het niet leuk zijn om bijna een eeuw na zijn dood eens weer muziek van hem te kunnen beluisteren?
| » meer nieuws |
Doe mee en win! De laatste Klik & Win acties van dé Weekkrant.
Gratis diner voor twee!! Win een valentijnsboeket Win kaarten voor Tijl Beckand Win kaarten voor Nederlands Kamerkoor Kleuterbioscoop CineStar: win kaarten