Ieder voorjaar, als de warmte van de lente voelbaar is, zijn de rupsen van de stippel- of spinselmotten actief. Zij eten het jonge blad van bomen en maken spinsels om de kaalgevreten bomen om zichzelf te beschermen tegen natuurlijke vijanden zoals vogels en sluipwespen. Dit ziet er spookachtig uit, maar de bomen en struiken zijn niet dood. Nog nooit is gebleken dat gezonde struiken en bomen hiervan blijvende schade ondervinden. Buien en wind zorgen ervoor dat deze spinsels van de bomen vanzelf weer verdwijnen, waarna de bladeren en bloemen opnieuw gaan groeien aan de kale bomen. In Zoetermeer zijn vooral prunussoorten, mei- en sleedoorn, kardinaalsmuts en in 2009 opvallend vaak wilgen het slachtoffer. De rupsen ontpoppen zich en in juni en juli komen de motten tevoorschijn. De motten danken hun naam aan de veertig tot vijftig stippen op de zilvergrijze voorvleugels. De vogelkersstippelmot is de meest voorkomende soort in Zoetermeer, deze doet zich vooral te goed aan de rozenbloeiende sierkersen in de wijken.