Koppensnellen in de ochtendkrant. Mijn oog valt op de tekst ‘Terborg: getuige pakt gauwdief bij super’. Het is niet de boodschap dat Terborg een held rijker is, wat mij opvalt. Van de wapendragers van St. Joris, die in de oudheid een hele draak versloeg, verwacht je niks anders. Nee, het is gauwdief. Een woord dat je niet meer dagelijks leest of hoort. Niet omdat stelen uit de mode is, maar het woord is uit de mode geraakt.
Dat geldt eveneens voor woorden met dezelfde strekking als schavuit en deugniet. In een Nederlandse 60-er jaren film kon je nog wel eens horen: “Leg neer die blaffer, schavuit”. Ook blaffer wordt niet meer gebruikt voor schietijzer, pardon pistool.
De Nederlandse taal is rijk aan fraaie woorden, die jammer genoeg uit het dagelijks taalgebruik zijn verdwenen. Dat is doodzonde, maar ik ben van mening dat taal moet leven en er komen weer andere voor terug. Of die net zo lekker je mond uitrollen is persoonlijk en de tand des tijds. ‘Boef’ (om nog maar even in de criminele hoek te blijven) klinkt trouwens ook flink gedateerd. Het heeft de afgelopen jaren een ‘Bassie-en Adriaan-gehalte’ gekregen. De clown en de acrobaat werden seizoenenlang achterna gezeten door boeven, die er ook zo uitzagen. Een andere hele fraaie benaming voor onaangepasten is het lang vergeten ‘schorriemorrie’. Tegenwoordig zeggen we tokkies. De klinkers zijn hetzelfde.