Volgens professor Ewald Engelen, gastspreker tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst van de Kennisalliantie in Delft, moet het roer om. We moeten af van de ‘baasjescultuur’. Van managers die gefixeerd zijn op cijfers maar vergeten waar het om gaat: innoveren en excelleren met mooie producten en diensten voor de wereldmarkt.
Ewald Engelen prof UvA: “Topsectoren zijn praatclubs voor de Nederlandse elite.” Kennisalliantie
ABN AMRO was hét voorbeeld van een onderneming gefixeerd op aandeelhouderswaarde. Klanten (en medewerkers) werden niet meer gezien. Met als gevolg dat er miljarden nodig waren om de bank overeind te houden. “Het moment van disfunctionaliteit zijn we gepasseerd.” De wereldmarkt is turbulent en toch beslissen overheden nog steeds op basis van data over nieuw beleid. En hoe cynisch: banken kunnen als geen ander data analyseren en toch hebben zij de slechtste beslissingen ooit genomen.
Problemen oplossen
Engelen benoemt twee grote problemen die opgelost moeten worden. Het eerste probleem is of politici de eurocrisis binnen de perken kunnen houden en het tweede punt is de enorme vergrijzing. Die leidt tot een forse toename van zorgkosten. “De enige manier om deze problemen te absorberen is met een hoge economie. Maar doet Nederland de juiste dingen?“
Naar 2020
“Waar we goed in zijn is eindeloos plannen maken en de implementatie vergeten. Zijn er positieve clustereffecten aan te wijzen? Is het topsectorenbeleid de juiste manier om deze problemen te lijf te gaan?” In 2000 hebben Europese landen afspraken gemaakt met als doel om in tien jaar net zo concurrerend als de VS te zijn: de Lissabon agenda. Volgens Engelen is hier niets van terecht gekomen. “Nu moeten we goed nadenken of investeren in topsectoren de juiste keuze is om die problemen te lijf te gaan.”
Veel veranderen komen uit de VS. Daar concurreren steden met elkaar. Tegenwoordig heeft elke stad ‘citymarketing’, en willen ze allemaal een creatief district en de financiële dienstverlening rond stations. “Nu alle steden multimodale nodes worden, zien binnensteden er uit als gebieden in oorlogstijd. We vernietigen meer dan tijdens de hele tweede Wereldoorlog. Bovendien komen er nauwelijks bedrijven uit het buitenland. Nieuwe vestigingen komen vooral uit het binnenland.”
Van Engelen pleit voor meer bescheidenheid en meer reflectie. Hij spoort de beleidsmakers aan om in te zetten op talentontplooiing in het funderend onderwijs. En omdat de echte vernieuwing uit het mkb komt vraagt hij hen om én de drempels te slechten voor kleine bedrijven én een Nederlandse Mededingingsautoriteit in te richten om de oligo- en monopolies te doorbreken. De aanwezige ondernemers adviseert hij om zo goed mogelijk te doen wat ze doen moeten. “Doe dat met je hele ziel en zaligheid, in de vijfde versnelling,” voegt hij toe, “dan wordt het een vruchtbaar en niet al te somber 2012.”