OOSTERHOUT/DEN HOUT - In bijna alle historische geschriften over Den Hout wordt aan het bestaan van het Gasthuis en de Capel herinnerd. In het Gasthuis moesten er volgens de stichtingsakte permanent zeven bedden voor passanten klaar staan.
Beide gebouwen worden meestal in één adem genoemd. Toch staat de fundatie van de Capel op Den Hout volkomen los van de stichting van het Gasthuis. Het is, na de ontdekking van een document van de Domeinraad van de Nassaus, duidelijk dat Willem van Duvenvoorde op 1 oktober 1336 inkomsten toekende aan de Capel. Over het algemeen wordt daarom aangenomen, dat de Capel in het jaar 1336 is gesticht.
Testament
Het Gasthuis was bijna 50 jaar jonger. Het werd omstreeks het jaar 1385 gebouwd door Willem van Oosterhout, de bastaardzoon van Willem van Duvenvoorde. De stichter en zijn vrouw Heylwigh van Wassenaar bedachten het Gasthuis in 1392 extra in hun testament. De historici zien deze legaten als hèt bewijs dat het Gasthuis in elk geval vóór het jaar 1392 gebouwd moet zijn. In 1609 wordt vermeld dat de Capel door oorlogsgeweld is verwoest en dat het Gasthuis in verval is geraakt. In 1804 wordt de ruïne van de Oude Capel opgeruimd en wordt het braakliggende terrein tot kerkhof bestempeld. De overleden Houtenaren moesten voor die tijd in Oosterhout worden begraven. Dat bracht tijdens winterperiodes dikwijls grote problemen met zich mee.