Kies uw regio op basis van postcode, plaats of titel
Kronkelen en krullen
De Woonredactie
31 jan 2012
Foto: Leontine Trijber
Sommige struiken zie je nauwelijks staan, tot ze je ineens opvallen: met een laagje rijp bijvoorbeeld zoals op de foto. Het is de Corylus avellana ’Contorta’ of kronkelhazelaar. Z’n andere Nederlandse namen, krul- of kurkentrekkerhazelaar, kloppen ook helemaal: de struik is populair door zijn grillig gevormde takken. Die gekrulde twijgen, soms getooid met katjes, zijn leuk om in bloemstukjes te verwerken. Vooral in het voorjaar, als de blaadjes tevoorschijn komen. Plant deze hazelaar eens aan, als je plaats hebt. Het is een gemakkelijke groeier, die het in zon of halfschaduw doet op elke grondsoort. Hij haalt een hoogte van 2,5 tot 3 meter, maar snoeien mag. Doe dat in de winter, als het niet vriest. Er bestaan meer van die aardige kronkelaars, denk aan de welbekende kronkelwilg of Salix babylonica ’Tortuosa’. Zonder ingrijpen wordt dat een reus van 12 meter. Knot hem dus tijdig, tussen januari en maart, desgewenst tot 30 cm boven de grond. Hij loopt zo weer uit met takken van uiteindelijk anderhalve meter. Wil je gesnoeide takken goed houden tot Pasen? Bewaar ze – net als die van de kronkelhazelaar – met de onderkant in de grond. Behalve de gewone kronkelwilg zijn er ook soorten met geel, oranje en glanzend bruin hout. Zoals Salix ’Caradoc’ (geel), Salix alba ’Dart’s Snake’ (glanzend bruin) en S. ’Erythroflexuosa’ (syn. S. ’Golden Curls’) (oranjegeel).